De rit van Keflavik naar Reykjavik zagen we reeds de speciale natuur van Ijsland die het eiland zo aantrekkelijk maakt. Na een toertje rondrijden aan de rand van Reykjavik vonden we de supermarkt. We kochten onze voorraad voor de komende dagen, zodat we geen tijd hoefden te verliezen met elke dag te moeten gaan inkopen.
De eerste echte stop was dan Thingvellir. Onderweg passeerden we Nessjavellir, waar we lunchten op de top van lavabrokken, na een leuke wandeling doorheen de lavavelden. Aan Nessjavellir volgden we een groot meer, dat eindigde aan Thingvellir. Dit was een nieuwe baan, en prachtig aangelegd. Links hadden we een oude bergkam, en rechts het meer. Daartussen slingerde dan de baan, een plezier om over te rijden.
Van Thingvellir hadden we grote verwachtingen. Al bij al stelde het niet zo heel veel voor, deze scheur in de aardkost, waar de Europese en Amerikaanse aardplaten elkaar raakten. Maar de prachtige natuur maakte wel veel goed. Helaas zijn we er in geslaagd de waterval daar niet te vinden... Daarna kwam het kratermeer Kerid aan de beurt, heel erg mooi. Overal in Ijsland liggen van die oude vulkanenkraters, waar je dan op kan klauteren, met prachtige vergezichten op de omgeving.
Verderop stond het merkwaardige Geysir en Strokkur op het programma. Deze geisers zijn bijzonder imponerend, zelfs degene die niet spuiten zoals de oorspronkelijke Geysir. Voor een eerste maal een geiser te zien, is heel speciaal. De ademtocht van de aarde te zien en voelen, maakt je als mens wel heel erg klein. Het samentrekken van water en met een enorme uitbarsting laten de lucht invliegen tot een enorme fontein van heet water dat vervliegt in een stoomwolk tegen de Ijslandse hemel, is een fenomeen dat je niet gauw vergeet.
Ijsland is een land van water en vuur, dat leren alle vakantiefolders ons. Maar dat is ook de waarheid, want het eiland is gevormd door vulkanen (en wordt er nog steeds door gevormd), maar ligt vol watervallen, rivieren, beekjes en sneeuwvlakten. De eerst grote waterval die we vonden, was Gulfoss. Deze bijzonder indrukwekkende waterval was de laatste bezienswaardigheid voor we de camping gingen opzoeken. De flinke wind en het gure weer zorgden ervoor dat we niet zo lang konden genieten van deze titanische waterval, maar zelfs in de korte tijd naast de uitgesleten kloof maakte de waterval veel indruk op ons.
We vonden onze camping in Hvollsvöllur heel vlot, maar deze stelde heel weinig voor. Tijd voor onze kookkunsten op een gasvuurtje eens te demonstreren. We hadden voor het gemak hamburgers gekocht, met broodjes en enkele groentjes. De meeste zaken waren best lekker, behalve het meest essentiële ingrediënt; de hapmburgers zelf. Misschien was de goedkope prijs wel een indicatie geweest. Los van de smaak, vulde de maaltijd wel, en na de afwas gedaan te hebben, kropen we onze slaapzak in, in onze tent, klaar voor de tweede nacht op Ijslandse bodem.
Rit: Keflavik naar Hvollsvöllur
Geen opmerkingen:
Een reactie posten