zondag 27 juni 2010

27/06/10 - Walvis! Dolfijn! Puffin!

Deze morgen vroeg opgestaan, met een staalblauwe lucht met geen enkel wolkje te bespeuren. Ideaal voor onze excursie van vandaag. We reden naar Husavik, waar we inscheepten op de Sylvia, van Gentle Giants. Deze boot zou ons in de baai tot zo dicht mogelijk bij de walvissen brengen. We vertrokken stipt op tijd en voeren een hele tijd rond zonder de minste rimpeling te zien. Iedereen aan boord tuurde zich de ogen uit het hoofd om maar iets te kunnen zien van beweging. De boot stuurde aan op een grote groep zeevogels. De ervaren kapitein en de begeleider hadden het vermoeden dat deze de restjes van het feestmaal van de walvis aan het oppeuzelen waren. De spanning steeg ten top aan boord en iedereen drumde wat naar voor om maar iets te kunnen zien, maar de vogels vlogen als één weg, zonder dat er een walvis naar boven kwam. Een zucht van ontgoocheling trok door de boot, maar al snel waren de camera's al aan het klikken, want tussen de zeevogels zaten ook een hele hoop van de grappige papegaaiduikers. Deze bijzonder onhandige vogels, met gigantische bek en poten, maar hele korte vleugels, hebben het niet gemakkelijk op te stijgen vanop zee. Des te grappiger om hen te zien proberen opstijgen. Helaas voor de fotografen bleken ze toch bijzonder snel te bewegen, en nog veel vaker gewoon meteen te duiken in plaats van weg te vliegen.
Even later was het dan toch prijs, als we plots de vinnen van dolfijnen zagen boven komen. Een groep van een viertal dolfijnen dartelde rond de boot, de grote dieren waren pijlsnel. De boot kon hen uiteraard niet goed volgen, maar de dolfijnen hadden wel zin in een spelletje en zwommen nieuwsgierig om ons heen. De andere boten kwamen ook al snel dichterbij, dus lieten we de dolfijnen aan hen over. Even verderop had onze kapitein de rugvin van een dwergvinvis gespot. Het majestueuze dier - dat gemiddeld zo'n tien ton weegt - liet zich niet meer zien dan enkel de rugvin, maar de aanwezigheid van zo'n grote zeebewoner bracht de hele boot in vervoering. En plots zagen we de ene na de andere vin boven water komen. We waren blijkbaar in een groep terecht gekomen, want er waren wel zeven dwergvinvissen te zien. Jammer genoeg dus kwamen ze niet zo heel ver boven, waardoor je niet echt een volledig beeld van de walvis krijg, maar soms kwam deze met volle kracht naar boven schieten met opengesperde bek, en kreeg je toch een idee van de kracht en de gestalte van deze wezens. De drie uur van de tocht zat er veel te rap op en voor we het wisten stonden we alweer op vaste grond, vele foto's rijker.

Daarna gingen we op weg om onze lus te vervolledigen; we trokken naar Asbyrgi. Deze kloof rijst op uit de vlakte, en zou volgens de legende gemaakt zijn door de hoef van Sleipnir, het legendarische paard uit de Sagen. We hadden geen fut om de lange wandeling naar de top van de klip te maken, maar vonden een uitzichtspunt dat ruimschoots voldeed. De kloof is goed beschermd en bebost, en er heerste een heerlijk sfeertje. Van dan af was het uit met de pret, we gingen over één van de meest beruchte banen van Ijsland rijden: de baan naar Dettifoss. Volgens zo'n beetje iedereen was dit een rotslechte weg. Eenmaal op de weg echter, bleek dit reuzegoed mee te vallen. Na de tocht naar Skalanes was dit misschien niet zo'n verrassing, deze weg bleek achteraf op kaart ingetekend te zijn als 'pad', in plaats van 'weg'. De weg van Dettifoss was nog ingetekend als weg, en was dan ook best berijdbaar. We passeerden eerst het kleine broertje, de Hafragilsfoss. Het was hier duidelijk rustiger dan aan de grote waterval verderop, maar het uitzicht was er niet minder om. De enorme kracht van het water voelden we zelfs tot waar we zaten, zo krachtig is deze rivier, die tonnen en tonnen klei meesleurt en daarom zo'n bruine kleur heeft.
Verderop kwamen we dan aan de Dettifoss zelf, waar we zelfs tot vlak naast konden gaan staan, en voor wie al zijn vijzen kwijt is, er zelfs in konden als we zouden willen, door gewoon een stap verder te zetten.
We wandelden een heel stuk langs de rivier stroomopwaarts over de rotsen die in de lente hoogstwaarschijnlijk meedogenloos verpulverd worden door de grote massa's smeltwater. We kwamen uit aan de Selfoss, een hele brede waterval, niet zo hoog als Dettifoss, maar een enorm lange, die heel veel waterdamp deed opwaaien en een enorm gedruis veroorzaakte.

Na de watervallen reden we terug door naar de hoofdbaan, waar we opnieuw langs Hverir kwamen en terug op de camping uitkwamen. We aten snel iets, en gingen onszelf daarna verwennen in de Jarbadsholar-baden, geneeskrachtige en ontspannende baden, uiteraard gevoed door de lokale hete bronnen. Deze liggen wat hoger op de heuvel, en het uitzicht op de omgeving is dan ook majestueus. Veel meer als een beetje rondhuppelen in de baden kan men niet doen, maar de temperatuur is zalig, en het was er heel rustig, of toch nadat een troep bejaarde Nederlanders het bad had verlaten. Geheel ontspannen konden we daarna met een uitzonderlijk tevreden gevoel de tent inkruipen.

Rit: Reykjahlid naar Husavik naar Reykjahlid

Geen opmerkingen:

Een reactie posten