Posts tonen met het label LaPalma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label LaPalma. Alle posts tonen

zaterdag 29 oktober 2011

29/10/11 - Laatste dag op La Palma

Vandaag de laatste dag op dit mooie eiland. Helaas bleek het weer een beetje weerbarstig: er stond een redelijk sterke wind en de golven beukten nogal op de kust.
Ons plan voor die dag was naar Tazacorte te rijden en te zien of er een boot de zee opging om dolfijnen te gaan zoeken. Bovendien zouden we zo ook de minder bereikbare plekjes langs de kust kunnen bereiken, waaronder de Piratenbaai en de Playa de la Veta. Maar in Tazacorte aangekomen vonden we één van de twee operatoren nog gesloten en de andere was volboekt. Plan B dan maar.

We reden naar Los Llanos en stopten daar om enkele winkeltjes te bezoeken en wat soeveniertjes op te pikken. Maar Llanos is echt een wereldlijke winkelstad: klerenwinkels en supermarkten, maar weinig toeristenspul. We besloten dan maar richting Santa Cruz door te rijden, waar we de eerste dag ook al geweest waren en fijne herinneringen aan hadden. We liepen er opnieuw enkele uurtjes in rond en kochten leuke dingetjes voor onszelf en de thuisblijvers. We genoten ook volop van het mooie weer en de toch zeer relaxte sfeer, die echt pas voluit te smaken is in Santa Cruz.

We reden van de leuke stad naar het zuiden, naar Breña Alta, waar we naar twee gigantische, verstrengelde drakenbomen gingen kijken. We hadden wat moeite om ze te vinden, maar ze waren het dubbel en dik waard. De massieve bomen torenden een heel eind boven ons uit en ook de omtrek was indrukwekkend.

De volgende stop was het kleine plaatsje Mazo. We hadden in onze toeristische gids gelezen dat daar een grote markt doorging, op zaterdag in de namiddag. Onze toeristische gids was nu wel een low-budget geval, dat vaak niet echt overeenkwam met de realiteit, maar de gids sprak van "soms duizenden toeristen", dus al was maar de helft waar, dan kon het niet echt tegen vallen. Helaas... Toen we daar mooi op tijd toekwamen, werden we wel degelijk ontgoocheld.
De markt hield niet meer in dan een tiental kraampjes met voeding, en een vijftal kraampjes met vooral artisanale weef-stukken. Hoop en al waren we amper vijf minuten binnen, en dan waren we al twee keer rondgeweest.

We probeerden vanuit Mazo door te steken naar de kust, maar ook aan deze kant van het eiland was het te wild om in de zee te gaan. Verder op onze tocht kwamen we dan in het zuidelijkste punt aan Los Canarios en begonnen aan onze tocht naar Puerto Naos.

Aan de Playa de Zamora stopten we ook vandaag. Deze keer om de zeer grote en wilde golven te bekijken die in witte wolken uiteenspatten tegen de donkere vulkanische rotsen.
Daarna reden we helemaal door naar La Bombilla, aangezien in zee gaan, echt gekkenwerk was. Iets buiten het dorp stond de eenzame vuurtoren op een uitstekend stuk eiland. Daar waren de golven nog groter en wilder en dus nog spectaculairder. We vonden een leuk zitje bovenop de beschermingsmuur van de vuurtoren, die toch nog wel een eindje van de zee verwijderd was. Er lag nog een natuurlijke golfbreker net voor de muur, dus meer dan wat gespat op onze voeten kregen we niet. Tot die ene vermaledijde golf...



     

We zagen ze niet echt afkomen, maar plots bleek een golf zoveel kracht te hebben, dat die niet alleen op, maar ook over de natuurlijke golfbreker sloeg en met heel veel geweld tegen de beschermingsmuur te pletter sloeg en een gigantische waterval over ons uitstortte. Wij natuurlijk doornat tot op onze blote ziel. Uiteraard wilde dat weer lukken dat dat enkel gebeurde als wij er waren, want nadat wij afdropen (letterlijk en figuurlijk) namen anderen onze plaats in, maar werden niet meer overspoeld.

Drijfnat als we waren probeerden we onszelf nog wat te laten drogen voor we de auto terug instapten, maar voor we gingen eten, schoten we toch maar even net drogere kleren aan.
's Avonds gingen we nog een stukje eten in Puerto Naos in het behoorlijk ongezellig aangeklede "Orinoco". Echt hoogstaand culinair kon je de maaltijd niet echt noemen, en eigenlijk was de smaak nu ook niet echt zo hoogstaand, maar aan de andere kant was het (gelukkig maar) goedkoop.
Aangezien we de volgende ochtend alweer vroeg de weg op moesten naar de luchthaven, kropen we na het eten maar in bed.

Onze tocht naar de luchthaven verliep voorspoedig, de juiste parking vinden daarentegen was niet zo evident. Aangezien we per ongeluk de parking van Hertz waren binnengereden, langs een ticket-toestel dat niet werkte en dus geen ticketje kon geven, geraakten we ook niet meer van de parking van Hertz. Na heel wat rondrijden en zoeken en vele pogingen tot uitleg in Spangels kregen we uiteindelijk een ticketje om terug uit de parking te raken en hadden we ook de uitleg gekregen om de juiste parking in te rijden. Gelukkig allemaal nog goed op tijd voor onze vlucht naar huis.

vrijdag 28 oktober 2011

28/10/11 - Caldera de Taburiente

We hadden gegokt en gewonnen deze morgen! Gisteren hadden we besloten om vandaag diep in de caldera zelf te gaan wandelen. Het was gelukkig inderdaad echt prachtig weer, nergens ook maar een spikkel wolk te zien aan deze kant van het eiland.

We vertrokken vroeg om de drukkende hitte voor te zijn, want we hadden een hele lange wandeling voorzien. We bereikten de parking aan het begin van de caldera vrij vlot, en hadden het geluk net een ander koppel aan te treffen. Dat is een geluk, want wil je een beetje comfortabel het dal bezoeken, dan moet je eerst een groot stuk met een taxi rijden. Samen konden we dus de taxi delen, en algauw reden we over een supersmal bergwegje omhoog naar het startpunt van onze wandeling, het uitzichtspunt Los Brecitos. Eigenlijk is dit bijna luxe-toerisme, want de taxi brengt je helemaal naar boven, en van daar is het eigenlijk enkel nog bergaf, terug naar de parking waar onze auto stond.

De stop (of eigenlijk start) aan Los Brecitos was al meteen een schot in de roos. Een prachtig hoogtepunt, zowel letterlijk als figuurlijk. Het is een prachtig zicht op het keteldal van de caldera, met onder ons uitgestrekte bossen en boven ons de machtige pieken waar we de dag ervoor gestaan hadden. Het kleurenspel van een hemel in turkoise blauw, de rotsen in het bruin-grijs met allerlei schakeringen rood en groen, en het oneindig aantal tinten groen van de bossen was ronduit schitterend.



We begonnen onze wandeling doorheen dit prachtige bos, dat ook doorsneden wordt door verschillende stroompjes. Een kort stukje geschiedenis. In de jaren dat Columbus aan de ene kant van de oceaan indianen naar de christelijke god aan het sturen was, besloot Spanje de Canarische eilanden in te lijven. De oorspronkelijke bewoners, afstammelingen van berbers uit Marokko en omstreken, wierpen maar een blik op de zwaar bewapende Spanjaarden en wierpen het bijltje erbij neer, maar een zekere groep ging de strijd aan en verschool zich in de caldera. Daar zaten ze in één van de beste natuurlijke vestigingen. De hoge pieken waren van boven af niet af te dalen. De caldera heeft maar één smalle uitgang en is dus vrij gemakkelijk te bewaken en te beschermen. Deze opening werd later de kloof der angsten genoemd, de Barranco de Angustias, uiteraard vernoemd naar de verschrikkingen die de Spaanse troepen moesten doorstaan terwijl ze probeerden door te dringen in de kloof. Bovendien maakte de stijgende hellingen en het moeilijke terrein het onmogelijk met degelijk materiaal, zoals kanonnen, door te dringen in de kloof.
De bewoners van de kloof konden er vrij gerust op zijn dat ze niet zouden verhongeren. Op de vulkanische flanken groeide wat ze maar wilden, water kwam uit verschillende stroompjes en droogde nooit op, en de ingang kon praktisch hermetisch afgesloten zijn.
Het lukte uiteindelijk toch om de kloof te veroveren. De Spanjaarden stelden vredesgesprekken voor, maar toen de koning van de rebellen zich buiten de kloof begaf, werd die laffelijk in de boeien geslagen en weggevoerd naar Spanje. Onderweg besloot de koning in hongerstaking te gaan, en hij stierf dan ook zonder ooit nog op La Palma terug gekomen te zijn. De rest van zijn volk gaf zich over aan de troepen en zo was de verovering van La Palma een feit.

Ondertussen waren we al een heel eind naar het lage deel van de kloof afgedaald, tot aan de Playa de Taburiente. Daar namen we een zijweg, op weg naar de Cascado de la Fondada. Dit is de hoogste waterval van La Palma. Het was een steile, maar prachtige wandeling er naartoe. Soms op scherpe uitstekende kammen, en altijd doorheen de prachtige en dan heerlijk ruikende naaldbossen. Het zicht op de waterval was ook heel erg mooi gemaakt. Niet zo'n heel brede of immende waterval, maar wel een hele grote, wel honderd meter hoog.

We keerden dan terug naar de Playa en namen vandaar de lange weg terug naar de auto. We passeerden prachtige uitzichtspunten, en kwamen langsheen leuke stille waterpoeltjes, die heerlijk waren om je te verfrissen. De aaneenschakeling van poeltjes gebeurde door Taburiente-beek, die we dan ook praktisch de hele tijd volgden. Dit is een hele kleine beek, maar als het goed regent, verandert de caldera in een grote trechter en kan de beek een vreselijke rivier worden. In het verleden waren al mensen verrast door de regen en gewoon weggespoeld door het water, met fatale gevolgen.




Langsheen de weg was nog een afslag naar de Cascado de Colores, maar die vonden we uiteindelijk niet meer terug. Op een bepaald moment konden we niet meer door, door te hoog staand water. Het was wel mooie okerkleurig water in die beek.
Lager langsheen de beek, werd het pad meer een zoektocht tussen de grote stenen en rotsen en tussenliggende poeltjes.
We kwamen uiteindelijk dan aan aan de auto en voelden ons moe, maar ook zeer tevreden.

's Avonds gingen we op de dijk van Puerto Naos nog iets eten en bekomen van de inspanning die dag. Het eten was wel heel lekker, maar de service was echt wel half Afrikaans. Laten wachten op de rekening is duidelijk inbegrepen in de service op La Palma. Jammer genoeg stak er later ook een fris briesje op uit het noordwesten, recht op de kust waar wij zaten.

Toen we later in de slaapkamer ons bedje inkropen, zagen we ineens een heel klein beestje op onze kast zitten. Dat bleek een kleine gekko te zijn, die waarschijnlijk meer schrik van ons had dan omgekeerd. Beestje moest de kamer uit, dus nam ik het maar op een stuk karton mee naar buiten, maar daar schoot die gekko ineens mijn arm op. Zo'n beestje kan enorm goed plakken, dus hem er zomaar afgooien zou niet lukken. Uiteindelijk kreeg ik hem er dan toch af, op ons terrasje. Daar hadden we nu al een hele vakantie naar lopen zoeken, en dan vonden we er eentje op de bijna laatste dag, op de slaapkamer dan nog!

donderdag 27 oktober 2011

27/10/11 - Hoogtepunt van La Palma

Ook deze morgen kwamen we reeds vroeg uit bed. We zagen al meteen dat vandaag een sterk bewolkte dag ging zijn, want overal waar we keken, zagen we de wolken al hangen. We vertrokken snel naar onze afspraakplaats voor de voormiddag. We gingen naar het hoogste punt van het eiland, de Roque de los Muchachos. Met meer dan 2400 meter hoogte, steekt de top zo goed als altijd boven mogelijke wolken uit. Vandaag was geen uitzondering. We reden eerst noordwaarts, en waar de wolken van over de oceaan tegen het eiland geduwd werden, werden ze omhoog geduwd, koelden af en gaven dus regen. We volgden een ellenlange kronkelweg met stijgingspercentages van 10-15 %, waarbij we zelfs niet eens de tijd hadden om naar tweede versnelling te schakelen, voor een alweer een blinde bocht volgde.
De reden dat we zo vroeg naar de top vertrokken waren, was omdat we daar het ruimte-observatorium gingen bezoeken. Via de digitale wereld hadden we gevonden dat het mogelijk was om het onderzoekscentrum te bezoeken. We hadden ons daar dan ook voor ingeschreven en zodoende waren we nu dus op weg.

Eens boven de wolken scheen uiteraard de zon heel fel, en ging de temperatuur wel wat mee met de hoogte, maar eens op de schrale top aangekomen, voelden we de ongeremde kracht van de wind. Door de hoogte en ondanks de zon op onze huid was het toch geen weer om in een zomers shirt rond te lopen.
We waren nog een stukje te vroeg voor de rondleiding, dus reden we even rond doorheen het onderzoeksgebied en reden naar de parking op de top zelf. De caldera zelf was nog wolk-vrij op dat moment, en vanop dat hoge punt konden we prachtig de hoge kam zien dit het eiland van noord naar zuid doortrekt. Het was een bijzonder speciaal zicht, omdat aan beide kanten een witte wolkendeken lag zo ver we konden zien. Maar dus niet over het groene eiland. Later op de dag zou waarschijnlijk - zoals elke dag - de wolken steeds verder opgedrukt worden tegen de bergkam en daar dan gaan tegen hangen. Van op de Roque kan je uiteraard ook recht de caldera inkijken, en te weten dat dit ooit een immense oer-vulkaan moet geweest zijn, doet je weer nadenken over je rol in het universum, als nietige mens tegenover de immense kracht van een vulkaan.

We hadden dan wel instructies gekregen met exact tijdstip en dat we vooral niet te laat mochten zijn, en een heleboel andere meldingen, maar dus geen lokatie... Nu zou je denken dat dat wel duidelijk is, als je naar het observatorium wil gaan, dat je dan daar afspreekt. Dat idee hadden wij ook, tot we tenslotte in de buurt kwamen.
Het gebied bestaat uit veertien telescopen van verschillende omvang, maar allen liggen ze best ver van elkaar verwijderd. Er is ook geen bezoekerscentrum. Gelukkig kennen we wel vijf woorden Spaans en kunnen we het aan de vriendelijke Palmeros vragen waar we moeten zijn. Blijkbaar moeten we aan de helikopterlandingsplaats zijn.
Die hebben we inderdaad een stuk lager, op weg naar de top, gepasseerd. Terug naar beneden dus, maar aan de landingsplaatsen is ook niets te zien. Nog wat verder staat een residentieel gebouw, waar een bord aan de ingang ons duidelijk maakt dat dit verboden terrein voor onbevoegden is, maar om toch maar aan enige informatie te raken, nemen we toch een kijkje. En kijk, er is een vriendelijke receptioniste die ons dan maar vertelt dat we inderdaad óp de landingsplaats verwacht worden. Dat stond achteraf beschouwd ook wel op de bevestigingsmail die we van het centrum gekregen hadden, maar die waren we vergeten meenemen. We reden dus maar naar de aangegeven plek en hoopten maar dat één of andere helikopter ons autootje niet van de berg kwam blazen terwijl die landde. We waren er ook nog helemaal alleen, maar na enkele minuten kwamen de andere bezoekers ook toe. Onze gids kwam uiteindelijk ook toegestoven op typisch Spaanse wijze in een koekendoos op wielen. Sheila Crosby is een oorspronkelijk Engelse dame (inclusief het verplichte rode haar) die als astrofysica naar La Palma kwam werken in het observatorium, een Spaanse hombre tegen de borstkas liep, trouwde en dan maar besloot resident te worden van het eiland. Goed voor ons, want haar Engels was - aan de soms verbaasde, verwarde en bedenkelijke gezichten van onze Spaanse medebezoekers te zien - veel beter dan haar Spaans. We kregen eerst een inleidende uitleg over het terrein, hoeveel en welke telescopen er stonden en wat hun voornaamste doel was, en vertrokken dan naar de telescoop voor ons bezoek. Interessant te melden is bijvoorbeeld dat er dus veertien telescopen staan, waaronder zelfs één in Belgische handen. Niet verwonderlijk de kleinste van het gezelschap van oversized champignons daar op de berg.

We zouden de meest recente telescoop, de Gran Telescopio Canarias, gaan bezoeken. Het spiksplinternieuwe speelgoed is minder dan een jaar open, en dan maar meteen ook de nieuwste, grootste, beste, blinkendste,..., enfin, alles wat je maar positief in overtreffende trap kan bedenken. Een telescoop bestaat praktisch steeds uit dezelfde onderdelen: een vaste voet, met een draaibaar platform waar de telescoop zelf op staat. De richting van de lens kan dan nog verticaal bewegen over de gehele hemelboog, en dus gecombineerd met de horizontale draaibeweging, kan elk punt in de ruimte bekeken worden. Het dak is koepelvormig, met in het midden een schuifdak, zodat het ruimte-licht op de spiegels kan vallen.
Deze koepel kan ook roteren, zodat de opening logischerwijs steeds in lijn ligt met de spiegels. De cijfers waarmee gegoocheld werd, waren indrukwekkend. De koepel weegt 500 ton, de telescoop ook nog eens 500 ton. Door de perfect alignering van het geheel kan je de telescoop zelf, met één hand horizontaal ronddraaien. De afwijking op waterpas was 1 cm op 1500 km. De telescoop zelf is dan weer opgebouwd om zoveel mogelijk licht op te vangen. Een gigantische perfect geboende spiegel met een diameter van 10 meter kijkt naar de hemel en vangt zo het licht op. De spiegel is gebogen, zodat alle licht gecentreerd wordt naar het midden van de telescoop en daar op een kleinere spiegel valt. De diameter daarvan is 'slechts' 1,2 meter, maar dat is even groot als de grote spiegel van de Belgische telescoop... De kleine spiegel op zijn beurt is ook gebogen en bundelt alle licht in een kleine opening in het centrum van de grote spiegel. Daar staat opnieuw een spiegeltje, dat perfect vlak is, en onder een hoek van 45 graden. Het licht kaatst daar dus in een rechte hoek weg, recht in de lens van de wachtende camera's. Nog een interessant weetje is dat digitale camera's oorspronkelijk ontworpen waren voor ruimte-onderzoek. Het blote oog is te gemakkelijk te bedotten, net zoals traditionele film. Zo zijn er in het verleden als nieuwe planeten ontdekt die dan toch maar spikkels op fotos bleken te zijn.
Toen we ter plekke waren, besloten enkele wetenschappers of techniekers, de spiegel te inspecteren. Het gevolg was het draaien van de koepel en de telescoop die over de volledige verticale en horizontale boog begon te bewegen. Dat was nodig omdat er maar een beperkt platform was waarvan de inspecteurs recht op de spiegel kunnen kijken. En dat doen ze heel grondig, met een verrekijker.

We kregen nog wat algemene uitleg over de telescoop, en kwamen dan ook te weten dat de spiegels regelmatig vervangen worden en bestaan uit aluminium over glas, in plaats van een klassieke spiegel die glas over aluminium heeft. Alles om de kwaliteit nog meer te verbeteren. Het bezoek duurde goed en wel een dik uur, dus net na de middag kwamen we weer buiten, maar ondertussen hadden de wolken La Palma opgegeten. We stonden letterlijk op een rots temidden van de kolkende witte wolken, als in een eindeloze zee. We reden nog wat verder langsheen de weg over de top tot het uitzichtspunt Degollado del Franceses - waar natuurlijk niet erg veel te zien was, aangezien de wolken ook tot in de caldera gesukkeld waren - en wandelden nog even over de kam die de caldera vormde, maar alles om ons heen was dus wit. Het opstijgen van flarden wolken die dan terugvielen in de massa, was wel spectaculair. Aangezien wijzelf natuurlijk onder de zon liepen en op hoogte, en de wind op die hoogte de grootste warmte wat wegnam, resulteerde dat in het zogenaamd kreeft-effect...

Terug bergaf op de kronkelweg verbruikten we amper brandstof, enkel de remmen zullen wel een laagje kwijt zijn. We reden tot op zeeniveau, naar het strand van El Remo. De zee was daar te onrustig om te baden, dus reden we wat verder naar het prachtige strand van Charco Verde. Echt een leuk gezellig strand, maar ook hier was de zee eigenlijk te onrustig om te gaan snorkelen. Het was veilig om te doen, maar door de grote omwoelingen zagen we niet echt veel. Enkele naaldvissen en wat klassieke visjes, maar niet echt zaken die het de moeite maakten zo lang door elkaar geklutst te worden door de deining. Toen de zon zowat onder was, reden we terug naar Puerto Naos, waar we lekker uitziende hamburgers en merguez-worstjes kochten. De smaak daarentegen viel serieus tegen. We besloten dan maar dat vakantie toch ook bestaat uit lekker gaan eten, en namen het dappere besluit enkel nog maar uit eten te gaan voor de rest van de vakantie.

woensdag 26 oktober 2011

26/10/11 - Duiken en La Cumbrecita

Vandaag moesten we vroeg uit de veren, want we hadden een afspraak in Los Llanos, de grootste stad aan de westkust van La Palma. Daar bevond zich het duikcentrum waar Klaar als verjaardagscadeau een duik had geregeld. We waren mooi op tijd in Los Llanos en vonden de duikwinkel vrij direct. De uitbaters waren rasechte Nederlanders, wat wel goed was, want voor mij was duiken een vijftal jaar geleden, voor Klaar een absolute nieuwigheid. Nanneke bleek onze instructrice te zijn, en we zouden gaan duiken aan Los Cancajos. Alle papieren ingevuld, reden we naar de andere kant van het eiland.

We kregen hele duidelijke instructies over wat we nou net gingen gaan doen, en het optuigen van het duikpakket bracht weer heel wat herinneringen terug. Het versleuren van het tuig was dan weer een herinnering aan de minder leuke kanten van het duiken, vooral als je met 30 kg materiaal en in een veel te warm duikpak nog eens enkele trappen af mocht strompelen. We geraakten gelukkig zonder accidenten aan het vloedlijn, en gingen het water in. Het duikpak stroomde vol koud zeewater, wat gelukkig na enkele minuten al gezellig aangenaam aanvoelde. Klaar werd helemaal op het gemak gewend gemaakt aan het ademen met apparatuur en na enkele minuten gingen we kopje onder en gingen we de onderwaterwereld gaan verkennen. In het begin was het bijzonder onwenning, terug het vrijmaken van de oren, het beheersen van het drijfvermogen en zien dat je nergens tegenknalde of omkantelde. Maar alles ging wonderbaarlijk automatisch en ook Klaar bleek geen enkel probleem te hebben met het duiken.
We doken langsheen door de baai en zagen vele kleurrijke visje in alle maten en vormen. We zagen ook enkele hagedisvissen, die als een hagedis heel stil op de bodem lagen en ons goed in het oog hielden. We zagen ook nog een octopus die zich probeerde te verstoppen achter een zeeëgel. Daar zaten er ook heel veel van. Verder zagen we de hele kleurrijke pauw-vis, en ook brasems die zich tegoed deden aan zeeëgels. Halverwege gingen we een vinger-aan-lijf gevecht aan met een dapper spinkrabje. Een heel geinig beestje, dat verwoed zijn best deed zijn eigen territoriumpje te beschermen tegen zijn menselijke indringers. Tegen dan waren we zo'n 8 meter diep gedaald, het diepste punt van de baai.

Helemaal op het einde zagen we nog de heel lekere vieja, een kogelvis en een zeester. We waren tegen dan helemaal rond in de baai en ook zo'n drie kwartier onder water. Terug boven water begon de heroïsche strijd tegen de branding en met de flippers. Flippers zijn al niet evident om aan of af te krijgen als je aan het snorkelen bent, maar als je een dik duikpak aanhebt, en een grote fles lucht en gedurig omgegooid wordt door de branding, zijn flippers uitdoen best een uitdaging van olympisch niveau.

Terug op het strand voelden we terug het immense gewicht van de apparatuur, nadat we net bijna een uur volledig gewichtsloos waren geweest. We tuigden alles af en gingen daarna nog even nakaarten in een lokaal cafeetje. De Nederlanders hadden in Nederland alles verkocht en waren dan maar naar La Palma verhuisd om er een duikschool te beginnen. Best een gok, want La Palma staat eerder bekend als wandeleiland dan als ultieme duikplek, maar ze deden het best wel goed blijkbaar.

Los Cancajos is een opeenstapeling van hopeloze toeristenflats, waar eigenlijk niets gezelligs aan is, maar heeft wel een tof strand. We hadden nu wel even genoeg van de zee en gingen naar het uitzichtspunt van La Cumbrecita, zo'n 1200 meter boven zeeniveau. Blijkbaar moet je wel even aan het informatiebureau aan het begin van de weg erheen vragen of de weg wel vrij is, want bij toeristische of meteorologische zondvloed wordt deze afgesloten en moet je wachten tot deze vrij is. Zo ook voor ons. Wij moesten wachten tot na vier uur om er op te mogen. Klokslag vier uur leek heel de Caldera al dik in de wolken te hangen, maar we besloten toch maar naar boven te gaan rijden. En terecht, want boven gekomen lag de Caldera helemaal te bakken onder een blauwe hemel. Slechts een eenzame wolk dreef wat verloren rond te dwalen in de grote kratermond. We begonnen aan een leuke rondwandeling onder heerlijk ruikende naaldbomen, maar naarmate het later werd, kwamen meer en meer donkere wolken de Caldera opvullen. Op het einde was het zicht dan ook helemaal bedekt door wolken. We reden over het smalle pad naar beneden en besloten dat we vanavond onszelf wel eens mochten trakteren op een feestmaal.

We gingen eten in restaurant Mambo, dat eigendom was van dezelfde eigenaars die ook ons appartement verhuurden. We namen er verschillende voorgerechten als hoofdgerecht. Volgens Ana, die ons bediende, was dat een beetje raar, maar ze nam toch maar de wensen op. En het was dan ook helemaal superlekker: we hadden papas arrugadas, dat zijn patatjes in de schil en in het zout gekookt. Voorts nog lekker gamba's in olie gekookt, en ook meloen met heerlijke ham. De portie meloen was trouwens bijzonder groot. Daarbij hadden we ook nog de lekkere typisch Canarische saus mojo verde en mojo rojo (groen en rode mojo) genomen, wat heerlijk smaakt met een stukje kaas of brood. Ook de huisgemaakte kroketjes met kip en tonijn smaakten heerlijk. Maar het allerlekkerste was toch de queso de cabro asado, of gebakken geitenkaas. We verdienden ook nog wel een dessertje. Ik probeerde het lokale Bienmesabe, dat een heel zoete moes van amandelen was, en we kregen ook nog heel erg verse mango, recht uit de tuin van Francesco en Ana zelf! De mango's van daar hebben het voordeel dat ze praktisch vers geplukt worden, waardoor ze zeer zoet zijn en toch vast en sappig, wat een hele sensatie is vergeleken met de vroeg geplukte mango's uit ons Belgenlandje. Bovendien zijn de mango's hier ongeveer drie keer zo groot als in België ook! Het exemplaar waar wij een stuk van voorgeschoteld kregen, woog wel meer dan een kilo. En dat allemaal voor relatief weinig geld. Bij de rekening kregen we ook nog een heerlijk lokaal gestookt drankje : de Ron Aldea. Heel erg lekkere rum met heerlijk zoete honingsmaak. We hadden dus heerlijk gegeten!
Na het eten moesten we nu wel te voet terug naar huis, wat een wandeling betekende tussen de bananenplantages in het pikdonker, want het is nieuwe maan. Gelukkig hadden we wel een zaklampje meegenomen en geraakten we zonder problemen terug op ons appartementje.

dinsdag 25 oktober 2011

25/10/11 - Zuidwesten van La Palma

Vandaag opgestaan met een blauwe hemel! We besloten meteen te vertrekken richting het zuiden van het eiland. Doel van de dag was de zuidelijkste punt van het eiland, de Faro de Fuencalientes, de vuurtoren van het voormalige Fuencalientes. Fuencalientes ontleende zijn naam aan de aanwezigheid van een warmwater-bron, die door een relatief recente uitbarsting echter weer werd afgesloten. Teneinde meer toeristen aan te trekken, werd de naam Fuencalientes, dat nu dus op niets meer slaat aangezien de bron afgesloten is, gewijzigd in het - voor vele toeristische brochures oneindig meer verkoopbare - Los Canarios. Heel veel is er niet te zien, maar even buiten het dorp zijn twee prachtige vulkanen te beklimmen. De San Antonio is de hoogste met iets meer dan 600 meter, en heeft een volledig intacte kratermond, waar je kan rondwandelen. Helaas moet je er ook entreegeld voor betalen. Iets verder, langs een stoffige asweg, vinden we de tweede vulkaan, de Tenguia, die iets meer dan 400 meter hoog boven de zeespiegel uitsteekt. Deze is veel grilliger van vorm, maar eigenlijk heel spectaculair, omdat je de laatste lavastromen nog duidelijk kan herkennen in het landschap, en er ook een heel breed kleurenpallet aanwezig is. De Teneguia geeft ook zijn naam aan de lokale cooperation van wijnboeren, en is tevens de grootste wijnproducent van La Palma. We hebben vandaag een frisse witte wijn van dit huis mogen proeven, en deze is best te smaken.

Op onze weg naar het zuiden komen we eerst langs de Bodega Tamanca, nog een wijnbouwer, waarvan we ook reeds de voorbije dagen een flesje genoten hadden. Verder langs de spectaculaire weg komen we langs uitzichtspunten op de steeds scherpere randen van de uitlopende helling van de vulkaanrug die La Palma eigenlijk is. Op het einde komen we aan een hellingsgraad van 1600 hoogtemeters verval op 4 horizontale kilometer, wat zich vertaald zich enorme drop-offs vlak langs de weg waarop we rijden, uiteraard zonder vangrail of iets dergelijks. In het ongelukkige voorkomen van een ongeval zou je beneden wel steevast in een bananenplantage vallen, wat de schok misschien enigszins zou opvangen.

We komen gelukkig zonder kleerscheuren aan in Los Canarios, en volgen de pijltjes naar de vulkaan Teneguia. We vinden deze vrij vlot en beginnen onder een stralende zon aan de beklimming van de vulkaan. De parking ligt reeds redelijk hoog, dus de top bereik je vrij snel, en van daar is het uitzicht op de omgeving werkelijk prachtig. We kunnen nog net Gomera en Hierro onderscheiden - op heldere dagen moet je de contouren wel heel duidelijk kunnen zien - en zien ook achter ons het prachtige decor van de San Antonio met een heleboel kleinere vulkanen. We zien ook duidelijk aan de oostkant de grijze wolken hangen en aan de westkant de helderblauwe lucht. We kiezen dus uiteraard voor de zon en dalen af naar de enige zoutvelden van La Palma. Daar volgen we een leuke wandeling langsheen de verschillende stadia van het natuurlijk verdampingsproces tot de oogst van zeezout, en krijgen een plezante uitleg in semi-Spaans en semi-Frans over het grote marine-reservaat. Dat begint (of eindigt) in Los Canarios en loopt een heel stuk langsheen de westelijke kust. We vragen nog even waar de leukste plekjes zijn om te zwemmen, dat blijkt het strand van La Zamora te zijn. Dat wordt onze volgende stop dan.

We kronkelen langsheen en doorheen de bananenplantages en bereiken al snel het strand. Daar echter zien we dat van snorkelen niet veel in huis zal komen, want de golven beuken behoorlijk zwaar op het strand. Het hele strand is omgeven door hoge rotsen (eigenlijk oude lavastromen die daar tot stilstand gekomen zijn) en daar tegen gegooid worden, daar hadden we geen zin in. Er was wel een heel erg leuke kiosco waar we die middag besloten iets te eten. We hadden er heel erg lekkere Papas Canarios - die ook papas arrugadas genoemd worden, dat zijn kleine patatjes die in de schil in het zout worden gekookt. De zoute schil maakt het een heel erg lekker hapje.

We keerden terug op onze stappen naar een strand in het zuiden, waar we reeds gezien hadden dat het veel rustiger was. Dat strand lag vol met keitjes, wat het wandelen naar de zee vrij pijnlijk maakte. We snorkelden er een uurtje, zagen niet echt bijzondere visjes of zelfs veel vissen, maar het was wel leuk. Daarna speelden we nog een uur zonneklopper om onze zwemspullen droog te krijgen, en reden dan door naar Las Manchas de Abajo. Daar vonden we een prachtige mozaiek midden op het dorpsplein, met prefect afgewerkte figuren van bloemen, hagedissen en bomen. Echt heel erg prachtig was dat allemaal.

Om de dag af te sluiten, reden we langs Puerto Naos om inkopen te doen, en genoten we samen van een prachtige, praktische wolkeloze zonsondergang. Vooral de palmbomen maakten het tot een heel exotische ondergang. Hopelijk zijn we nu definitief van de wolken verlost en kunnen we de rest van de week van stralende zon genieten!

maandag 24 oktober 2011

24/10/11 - Noordoosten van La Palma

Onze verbazing was minstens even groot als onze verontwaardiging toen we deze morgen ontwaakten en de hele hemel vol dikke grijze wolken hing. Alhoewel het nog steeds warm was, zagen ze onmiddellijk dat nog in het zuiden, noch in het noorden zonnestralen het groene land raakten. Na kort overleg besloten we een poging te wagen om het noordoosten - waarvan we enkel nog maar gelezen hadden dat het daar vaak regende - te gaan verkennen.
We zochten enkele wandelingen bij elkaar en vertrokken onder de grijze hemel. Naarmate we de tunnel naar het oosten naderden, werden de wolken dikker en begonnen de eerste druppels onze voorruit te bespatten.

Onze neerslachtigheid verdween echter als bij donderslag bij het uitrijden van de tunnel. Aan de oostkant van het eiland straalde de zon in een helderblauwe hemel. We zagen nog wel de wolken over de Caldera piepen, maar het regende er niet, en we reden de zonnige kust tegemoet.

Aan Santa Cruz draaiden we naar het noorden. Na enkele uitzichtspunten kwamen we aan de eerste wandeling : Cubo de la Galga. Dit is een wandeling nabij het dorpje La Galga, en waarbij je eigenlijk een dal ingaat tot in een zogenaamd keteldal, dat dus eigenlijk als een ketel bestaat uit hoog opstaande randen en nauwelijks een weg naar buiten. De gehele wandeling loop je doorheen prachtige bos, bestaande uit Laurierbomen. Dat is trouwens de reden ook dat dit bos er (nog) staat: de laurierbossen stammen af van de bossen uit het Tertiair tijdperk en daarom is het hele gebied uitgeroepen tot Unesco Biosfeer Reservaat. Onnodig te zeggen dus dat het allemaal heel prachtig is. Heel rustig ook, lekker onder het zonnetje, veel schaduw, een fantastische wandeling doorheen het weelderige groen. Het traject bestaat uit anderhalf uur lang stijgen doorheen de schaduwrijke laurierbomen en tussen de manshoge varens, tot je uiteindelijk aan het uitzichtspunt de Mirador de la Somada Alta aankomt. vandaar krijg je een zeer weid uitzicht over de streek tot aan de kust. Ook het uitzicht over de diepere dalen naar de hogere oude vulkaan zijn zeker de moeite waard.
Vandaar daalde de weg via een onmogelijk glad wegeltje terug enkele tientallen meter, waarna we terug uitkwamen bij de laatste splitsing (vanwaar je naar de top wandelt) We wandelden er opnieuw doorheen de grote varens in een hele frisse omgeving. Als je diep inademde, leek het wel alsof je zuiver leven binnenzoog dat je tot in je vingertoppen kon voelen tintelen. Tussen de varens stonden dan grote laurierbomen met brede kruinen die veel schaduw gaven en de hele ondergrond vochtig hielden.

Tenslotte kwamen we opnieuw uit aan onze auto. Het was dan al een stukje na de middag en we besloten de Canarische keuken te gaan proberen. In San Andres, een buitengewoon idyllisch plekje aan de kust, gingen we op het al even buitengewoon gezellige kerkplein een stukje vis eten. We aten er langoustines, viskroketten, gefrituurde inktvis en een puree met iets van vis in. Dat smaakte allemaal heel erg lekker.

Goed doorvoed reden we dan door naar onze tweede wandeling, aan Los Tilos. Ook hier zaten we nog in het Biosfeer reservaat, dus opnieuw gingen we doorheen de vele laurierbomen op weg naar de top op de Espigon Atravesado. Deze top is werkelijk adembenemend : je staat op de punt waar twee dalen zich verenigen en als één kronkelend dal verder naar de kust slingert. De beide dalen en de hele omgeving staat vol bossen, en de scherpe hellingen gaven het geheel een heel oerwoud-esk uitzicht. Heel klein en nietig voelden we ons daar, maar het was echt een prachtige plek daar boven op de Espigon.

We daalden terug af, en begonnen enig gedruppel te voelen. De regenwolken hadden ons duidelijk gevonden. Verder naar het noorden rijden was zinloos, dus reden we terug naar ons appartementje in Puerto Naos. Daar was het een beetje opgeklaard, maar echt zonnig werd het niet meer. We maakten er dan maar een rustig avondje van op het appartement. Sterren kijken was er vanavond zeker niet bij, maar hopelijk krijgen we daarvoor de komende nachten nog tijd.

zondag 23 oktober 2011

23/10/2011 - Noordwesten van La Palma

Deze morgen stonden we relatief vroeg op, maakten vreselijk veel ruzie met de wandel-gps en vertrokken dan maar naar het noorden vanuit La Bombilla. Al meteen moet je hard de hoogte in, zo'n 500 meter gemiddeld. Vandaar had je uiteraard geregeld prachtige zichten op de oceaan en de aanliggende baaien, maar ook op de uitgestrekte plantages van bananenbomen. We kwamen langsheen de Mirador Del Time. Dit hoge punt levert een prachtig zicht op langs praktisch alle kanten, en was dus ook een verplichte stop op onze route. We kochten er ook leuke kaartjes. Nu enkel nog een queeste naar een correos volbrengen.

Verderop kwamen we doorheen Tijarafe, waar we begonnen aan de lange afdaling naar de Piratenbaai. Dit is een baaitje waar enkele dappere (of luie) Palmeros enkele huisjes in elkaar gestoken hebben vlak bij de waterrand. Zeeniveau vanuit Tijarafe, dat in vogelvlucht maar een paar honderd meter van de zee ligt, is langs de weg meer dan 600 meter naar beneden. De wandeling er naartoe is er eentje van extremen: je moet eerst die 600 meter afdalen aan een dalingsgraad die je knieën letterlijk naar de verdoemenis stuurt, en daarna diezelfde meters omhoog, aan diezelfde hellingsgraad die de rest van je lijf naar de lappenmand stuurt. Ongeveer halverwege konden we enkel nog maar de kronkelende, dalende weg zien en wierpen we maar de handdoek. We hadden eigenlijk nog leuke dingen op de agenda en zoals het er nu uitzag, zouden we de rest van de dag bezig blijven met deze wandeling. Leuke plek of niet, we keerden om en zeulden de halve weg terug naar de auto.

Vanuit Tijarafe reden we dan door naar Puntagorda. Daar was volgens onze sumiere reisgids een top-moment: de markt. Enkel open op zaterdag en zondag, dus moesten we dit wel vandaag doen. De weg naar de markt was goed aangeduid, de parking iets minder, maar we raakten onze auto toch kwijt. De markt was in een gebouwtje, waar een uitermate uitgebreid assortiment van taart en zoetigheden te krijgen was, naast enkele kraampjes met vlees en kaas en de obligate toeristen-verzamelwaardigheden. We vonden er wel een heel erg leuk vaasje, dat we dan ook niet lieten liggen. Verder kochten we ook enkele koekjes van amandelen gemaakt. Amandelen groeien in die streek in grote getale, dus we dachten daarmee wel de lokale industrie te sponsoren.
Vandaar ging het dan naar Hoya Grande en dan via een ongelooflijk kronkelig baantje naar Santo Domingo de Garafia, een leuk geschilderd dorpje, waar echter niets te beleven viel. We reden vandaar terug naar Puntagorda en zo was onze lus rond.

Het was al een stuk in de namiddag, we gingen terug naar Puerto Naos en gingen eens kijken wat ónder La Palma te zien was. Gewapend met onze snorkels gingen we het zeewater in en genoten we van al wat de onderwaterwererld van Puerto Naos te bieden had. We zagen talloze visjes rondzwemmen in alle kleuren van de regenboog, en ook enkele leuke exemplaren: we zagen een goed weggestopte octopus, een vis die zich als hagedis gedroeg (plat op zijn buik op de grond met de kop omhoog, als een hagedis die zich koestert in de zon) en een grappige naaldvis (zo'n heel lange vis, waarvan de kop eigenlijk niet goed weet waar de staart het ding nu naartoe stuurt) Daarna begon een lange tijd van drogen op het strand, want alhoewel de najaarszon nog voldoende warmte geeft om te zonnen, duurt het drogen van zwemkledij best wel nog even.

's Avonds genoten we op ons appartementje opnieuw van de prachtige zonsondergang en de mooie sterrenhemel en kropen moe maar heel tevreden in ons bedje.

zaterdag 22 oktober 2011

22/10/2011 - Brussel - La Palma

Deze morgen heel vroeg moeten opstaan om onze vlucht te halen vanuit Brussel naar La Palma. Onze vlucht vertrok mooi op tijd, en na een voorspoedige vlucht landden we eerst op Lanzarote. Daar gooiden we de zonnekloppers eruit, en laadden we de gebruinde, geblakerde en geschroeide zonnekloppers op voor de vlucht naar Brussel. Zelf konden we een goede drie kwartier later voet op Canarische bodem zetten. We waren aangekomen op het Isla Bonita, ofte Isla de La Palma.

Na een heel interessante zoektocht - inclusief telefoon integraal in het Spaans - vonden we onze autoverhuurmaatschappij. Daar was alles snel in orde voor onze auto en dan konden we de Spaanse wegen-furie gaan trotseren. We zetten eerst koers naar Santa Cruz, de hoofdstad - in naam toch. We konden onze auto vlot parkeren aan de zeekering en verkenden de halve vierkante kilometer stad. We vonden er het zee-museum, dat ondergebracht is in een replica van de Santa Maria van Columbus. Verder viel er een bijzonder gerieflijke en zuiderse sfeer op te snuiven, met heel veel kleine pleintjes met leuke bars en restaurantjes, die vaak vol bloemen en planten stonden en zo het rustige karakter nog versterkten.
We vonden er ook leuke winkeltjes die typische toeristen-rommel verkochten, maar door de zo gezapige sfeer hadden we ons bijna laten vangen.

Na Santa Cruz volgden we de leuke route langsheen het Real Santuario de Nuestra Seniora de las Nieves tot in Buenavista, en vandaar zetten we koers naar ons einddoel van de dag, Puerto Naos. Hoe hoger we kwamen, hoe meer en dikker de wolken werden die we daar zagen hangen tegen de hoge wanden van de Caldera. Er vielen zelfs enkele druppels uit! We reden doorheen de tunnel, maar aan de andere kant was het al niet veel beter. We probeerden nog even de zijsprong naar de Mirador de los Llanos del Jable. Dit uitkijkpunt lag jammer genoeg niet hoog genoeg om boven de wolken uit te komen, dus veel verder dan onze neus lang was konden we niet kijken. We zetten dan koers naar de kust, om vanonder het wolkendek uit te raken en vonden onze weg doorheen Los Llanos en Todoque tot in Puerto Naos, waar we op goed geluk maar enkele straten inreden en gelukkig onmiddellijk het restaurant Mambo zagen. Bij het naderen van Puerto Naos kom je vanop betrekkelijke hoogte - zo'n 300 meter hoogte - naar zeeniveau, op een toch best wel steil stuk van La Palma. De Palmeros hebben hun best gedaan om toeristen - die met dichtgeknepen billen naar beneden waren aan het rijden over de talloze haarspeldbochten met ondenkbare hellingsgraden - welkom te heten in dit rustige deel van La Palma. Er zijn langsheen de weg enkele bijzonder leuk en smaakvol ingerichte "miradors", uitzichtspunten. Vandaar konden we dus al Puerto Naos zien, met het palmbomen-strand, en ook het gehuchte La Bombilla, een beetje een sloppenwijkje waar ons appartementje te vinden was voor onze vakantie.

In Puerto Naos hadden we een afspraak met Francesco, uitbater van het restaurant en verhuurder van ons appartement. In Spaans Engels werd ons vanalles uitgelegd, en dan reed hij ons voor naar het appartement in La Bombilla. Het gehucht - dorp zou echt teveel eer zijn - bestaat uit drie huizen, veel golfplaten en enkele vissersboten (o ja, en een vuurtoren) en ligt vlak bij Puerto Naos, waar ook alle winkels zijn en een mooi strand. Ons appartementje zag er een beetje oud uit, maar was wel voorzien om er een weekje te kunnen overleven. We installeerden ons en reden daarna terug naar Puerto Naos om een beetje op het strand te bekomen van de lange dag, inkopen te doen en de toerist uit te hangen door langs de winkeltjes te lopen op de boulevard. Puerto Naos heeft een heel leuk strand met zwart zand en veel keien, met een twintigtal palmbomen errond dat het echt een vakantiestrand maakt. er is direct achter het strand een boulevard met vele appartementjes te huur, maar ook een heleboel leuke bars en winkeltjes met allerlei spulletjes, zoals handdoeken, pluche gekko's (die we nog nergens in het echt gezien hebben) en parreo's. Om van de handtassen nog maar te zwijgen. Het grote voordeel aan La Palma - als toerist dan - is dat je zo ongeveer weet dat je opgelicht zal worden als de verkoper je in het Engels (of iets dat daarvoor moet doorgaan) aanspreekt.
Het niveau van Engels, of in het algemeen elke niet-Spaanse taal, is beneden alle niveau, dus alhoewel je niet weet waarover het gaat als iemand je aanspreekt, je weet dan tenminste dat je in 't zak gezet wordt.

's Avonds hadden we enkel nog zin in zelfgemaakte tapa's - met wat groenten en wat vlees geraak je al een heel eind - en kropen later dan onder het laken, want aangename temperaturen zijn het hier wel. We halen nog vlot twintig graden 's avonds, toch langs de kust. Bovenop de flanken van de bergen is het al een heel stuk koeler, zeker als de wolken je helemaal omhullen.
Voor we echter de levende wereld voor de droomwereld wisselden, gingen we eerst astroloogje spelen op ons (zo goed als prive-) dakterras. De hoeveelheid sterren maakte ons wel heel erg stil, de zichtbaarheid van de Melkweg maakte ons onderdanig. Een prachtige sterrenhemel ontplooide zich boven onze hoofden, en alhoewel we niets eigenlijk herkenden, vonden we het toch een prachtig spektakel. Meteen een fantastisch einde van het begin van een heerlijke vakantie.