Ook deze morgen kwamen we reeds vroeg uit bed. We zagen al meteen dat vandaag een sterk bewolkte dag ging zijn, want overal waar we keken, zagen we de wolken al hangen. We vertrokken snel naar onze afspraakplaats voor de voormiddag. We gingen naar het hoogste punt van het eiland, de Roque de los Muchachos. Met meer dan 2400 meter hoogte, steekt de top zo goed als altijd boven mogelijke wolken uit. Vandaag was geen uitzondering. We reden eerst noordwaarts, en waar de wolken van over de oceaan tegen het eiland geduwd werden, werden ze omhoog geduwd, koelden af en gaven dus regen. We volgden een ellenlange kronkelweg met stijgingspercentages van 10-15 %, waarbij we zelfs niet eens de tijd hadden om naar tweede versnelling te schakelen, voor een alweer een blinde bocht volgde.
De reden dat we zo vroeg naar de top vertrokken waren, was omdat we daar het ruimte-observatorium gingen bezoeken. Via de digitale wereld hadden we gevonden dat het mogelijk was om het onderzoekscentrum te bezoeken. We hadden ons daar dan ook voor ingeschreven en zodoende waren we nu dus op weg.
Eens boven de wolken scheen uiteraard de zon heel fel, en ging de temperatuur wel wat mee met de hoogte, maar eens op de schrale top aangekomen, voelden we de ongeremde kracht van de wind. Door de hoogte en ondanks de zon op onze huid was het toch geen weer om in een zomers shirt rond te lopen.
We waren nog een stukje te vroeg voor de rondleiding, dus reden we even rond doorheen het onderzoeksgebied en reden naar de parking op de top zelf. De caldera zelf was nog wolk-vrij op dat moment, en vanop dat hoge punt konden we prachtig de hoge kam zien dit het eiland van noord naar zuid doortrekt. Het was een bijzonder speciaal zicht, omdat aan beide kanten een witte wolkendeken lag zo ver we konden zien. Maar dus niet over het groene eiland. Later op de dag zou waarschijnlijk - zoals elke dag - de wolken steeds verder opgedrukt worden tegen de bergkam en daar dan gaan tegen hangen. Van op de Roque kan je uiteraard ook recht de caldera inkijken, en te weten dat dit ooit een immense oer-vulkaan moet geweest zijn, doet je weer nadenken over je rol in het universum, als nietige mens tegenover de immense kracht van een vulkaan.
We hadden dan wel instructies gekregen met exact tijdstip en dat we vooral niet te laat mochten zijn, en een heleboel andere meldingen, maar dus geen lokatie... Nu zou je denken dat dat wel duidelijk is, als je naar het observatorium wil gaan, dat je dan daar afspreekt. Dat idee hadden wij ook, tot we tenslotte in de buurt kwamen.
Het gebied bestaat uit veertien telescopen van verschillende omvang, maar allen liggen ze best ver van elkaar verwijderd. Er is ook geen bezoekerscentrum. Gelukkig kennen we wel vijf woorden Spaans en kunnen we het aan de vriendelijke Palmeros vragen waar we moeten zijn. Blijkbaar moeten we aan de helikopterlandingsplaats zijn.

Die hebben we inderdaad een stuk lager, op weg naar de top, gepasseerd. Terug naar beneden dus, maar aan de landingsplaatsen is ook niets te zien. Nog wat verder staat een residentieel gebouw, waar een bord aan de ingang ons duidelijk maakt dat dit verboden terrein voor onbevoegden is, maar om toch maar aan enige informatie te raken, nemen we toch een kijkje. En kijk, er is een vriendelijke receptioniste die ons dan maar vertelt dat we inderdaad óp de landingsplaats verwacht worden. Dat stond achteraf beschouwd ook wel op de bevestigingsmail die we van het centrum gekregen hadden, maar die waren we vergeten meenemen. We reden dus maar naar de aangegeven plek en hoopten maar dat één of andere helikopter ons autootje niet van de berg kwam blazen terwijl die landde. We waren er ook nog helemaal alleen, maar na enkele minuten kwamen de andere bezoekers ook toe. Onze gids kwam uiteindelijk ook toegestoven op typisch Spaanse wijze in een koekendoos op wielen. Sheila Crosby is een oorspronkelijk Engelse dame (inclusief het verplichte rode haar) die als astrofysica naar La Palma kwam werken in het observatorium, een Spaanse hombre tegen de borstkas liep, trouwde en dan maar besloot resident te worden van het eiland. Goed voor ons, want haar Engels was - aan de soms verbaasde, verwarde en bedenkelijke gezichten van onze Spaanse medebezoekers te zien - veel beter dan haar Spaans. We kregen eerst een inleidende uitleg over het terrein, hoeveel en welke telescopen er stonden en wat hun voornaamste doel was, en vertrokken dan naar de telescoop voor ons bezoek. Interessant te melden is bijvoorbeeld dat er dus veertien telescopen staan, waaronder zelfs één in Belgische handen. Niet verwonderlijk de kleinste van het gezelschap van oversized champignons daar op de berg.
We zouden de meest recente telescoop, de Gran Telescopio Canarias, gaan bezoeken. Het spiksplinternieuwe speelgoed is minder dan een jaar open, en dan maar meteen ook de nieuwste, grootste, beste, blinkendste,..., enfin, alles wat je maar positief in overtreffende trap kan bedenken. Een telescoop bestaat praktisch steeds uit dezelfde onderdelen: een vaste voet, met een draaibaar platform waar de telescoop zelf op staat. De richting van de lens kan dan nog verticaal bewegen over de gehele hemelboog, en dus gecombineerd met de horizontale draaibeweging, kan elk punt in de ruimte bekeken worden. Het dak is koepelvormig, met in het midden een schuifdak, zodat het ruimte-licht op de spiegels kan vallen.

Deze koepel kan ook roteren, zodat de opening logischerwijs steeds in lijn ligt met de spiegels. De cijfers waarmee gegoocheld werd, waren indrukwekkend. De koepel weegt 500 ton, de telescoop ook nog eens 500 ton. Door de perfect alignering van het geheel kan je de telescoop zelf, met één hand horizontaal ronddraaien. De afwijking op waterpas was 1 cm op 1500 km. De telescoop zelf is dan weer opgebouwd om zoveel mogelijk licht op te vangen. Een gigantische perfect geboende spiegel met een diameter van 10 meter kijkt naar de hemel en vangt zo het licht op. De spiegel is gebogen, zodat alle licht gecentreerd wordt naar het midden van de telescoop en daar op een kleinere spiegel valt. De diameter daarvan is 'slechts' 1,2 meter, maar dat is even groot als de grote spiegel van de Belgische telescoop... De kleine spiegel op zijn beurt is ook gebogen en bundelt alle licht in een kleine opening in het centrum van de grote spiegel. Daar staat opnieuw een spiegeltje, dat perfect vlak is, en onder een hoek van 45 graden. Het licht kaatst daar dus in een rechte hoek weg, recht in de lens van de wachtende camera's. Nog een interessant weetje is dat digitale camera's oorspronkelijk ontworpen waren voor ruimte-onderzoek. Het blote oog is te gemakkelijk te bedotten, net zoals traditionele film. Zo zijn er in het verleden als nieuwe planeten ontdekt die dan toch maar spikkels op fotos bleken te zijn.
Toen we ter plekke waren, besloten enkele wetenschappers of techniekers, de spiegel te inspecteren. Het gevolg was het draaien van de koepel en de telescoop die over de volledige verticale en horizontale boog begon te bewegen. Dat was nodig omdat er maar een beperkt platform was waarvan de inspecteurs recht op de spiegel kunnen kijken. En dat doen ze heel grondig, met een verrekijker.

We kregen nog wat algemene uitleg over de telescoop, en kwamen dan ook te weten dat de spiegels regelmatig vervangen worden en bestaan uit aluminium over glas, in plaats van een klassieke spiegel die glas over aluminium heeft. Alles om de kwaliteit nog meer te verbeteren. Het bezoek duurde goed en wel een dik uur, dus net na de middag kwamen we weer buiten, maar ondertussen hadden de wolken La Palma opgegeten. We stonden letterlijk op een rots temidden van de kolkende witte wolken, als in een eindeloze zee. We reden nog wat verder langsheen de weg over de top tot het uitzichtspunt Degollado del Franceses - waar natuurlijk niet erg veel te zien was, aangezien de wolken ook tot in de caldera gesukkeld waren - en wandelden nog even over de kam die de caldera vormde, maar alles om ons heen was dus wit. Het opstijgen van flarden wolken die dan terugvielen in de massa, was wel spectaculair. Aangezien wijzelf natuurlijk onder de zon liepen en op hoogte, en de wind op die hoogte de grootste warmte wat wegnam, resulteerde dat in het zogenaamd kreeft-effect...
Terug bergaf op de kronkelweg verbruikten we amper brandstof, enkel de remmen zullen wel een laagje kwijt zijn. We reden tot op zeeniveau, naar het strand van El Remo. De zee was daar te onrustig om te baden, dus reden we wat verder naar het prachtige strand van Charco Verde. Echt een leuk gezellig strand, maar ook hier was de zee eigenlijk te onrustig om te gaan snorkelen. Het was veilig om te doen, maar door de grote omwoelingen zagen we niet echt veel. Enkele naaldvissen en wat klassieke visjes, maar niet echt zaken die het de moeite maakten zo lang door elkaar geklutst te worden door de deining. Toen de zon zowat onder was, reden we terug naar Puerto Naos, waar we lekker uitziende hamburgers en merguez-worstjes kochten. De smaak daarentegen viel serieus tegen. We besloten dan maar dat vakantie toch ook bestaat uit lekker gaan eten, en namen het dappere besluit enkel nog maar uit eten te gaan voor de rest van de vakantie.