Posts tonen met het label Tirol. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tirol. Alle posts tonen

zaterdag 7 augustus 2010

07/08/10 - Romantische Strasse

Eindelijk had de regen baan geruimd. De hemel was nog steeds grijs gekleurd, maar we zagen dat de wolken al een heel stuk hoger hingen en ons die dag dus hopelijk niet meer zouden nat regenen.
We kregen een heel erg lekker ontbijt, dat we konden opeten terwijl we zicht hadden op de tuin waarin wilde hertjes vredig stonden te grazen.

Eerste stop vandaag is de Wieskirche. Dit is een prachtige kerk ergens in the middle if nowhere. We vinden de kerk terug temidden van de weiden, maar treffen er tevens parkeermeters aan! In een dorp van drie huizen en dubbel zoveel souvenierswinkeltjes!
Maar de kerk is bijzonder mooi versierd.

We volgen de Romantische Strasse met behulp van ons verse aanwinst, het reisboekje. Een volgende interessant stop is Schongau. Net als de meeste stadjes, een klein centrum met een veel historische gebouwen. We komen er duidelijk op een leuke dag aan, want er wordt een middeleeuwse marktdag gehouden. We zijn nog wat te vroeg, want de meeste kraampjes zijn nog niet open, of pas aan het openen. Jammer genoeg hebben we niet de tijd om er lang te blijven hangen, maar we kopen er wel een reuzen-pretzel. Normaal zijn de lekkernijen zo groot al een hand, deze was zo groot als een hoofd. Dat was een lekker tussendoortje en nam meteen voor een heel groot stuk onze voormiddag-honger weg.

De volgende stop: Landberg Am Lech. Dit stadje ligt op de rivier de Lech en ligt er bijzonder mooi bij. Het is nog mooier omdat we eindelijk ook onze jassen kunnen achterlaten in de auto. De hemel is aan het opentrekken, en de zon piept soms al doorheen het brekende wolkendek. Heel sfeervol zijn er enkele discrete cafeetjes aangelegd langs het water. Een heel leuk stadje, we volgen ongeveer de wandeling die in ons boekje staat en zien zo de belangrijkste gebouwen van de stad. Aan het water, in het zonnetje krijgen we veel zin in een ijsje. In mijn beste Duits bestel ik een ijsje met één bolletje en een ijsje met twee bolletjes, en kom terug met drie hoorntjes met elk één bolletje. Ik laat het niet aan mijn hart komen en het ijsje smaakt heel lekker in de zon langs het water.
Daarna komt Harburg, een heel stuk verder. Harburg stelt zelf niet zoveel voor, maar het naderen van dorp is heel indrukwekkend. Bovenop de helling waartegen het dorp gebouwd is, staat een heel impossante burcht. Deze torent hoog boven de weg uit, en is bijna het enige waaraan je kan zien dat je Harburg nadert. Het dorp zelf stelt eigenlijk niets voor, maar heeft wel een hele mooi brug, en een schrikwekkende grafiek van de recentste overstromingen. Hele huizen moet echt onder water gestaan hebben dan. De burcht dan is fantastisch bewaard. Blijkt dat ze nooit is ingenomen. We weten wel niet of ze ooit is aangevallen. We zijn net te laat voor de laatste toer, dus na een rondje de ridder uithangen, gaan we door naar het volgende stadje.

Dat is Dinkelsbühl. Jammer genoeg hebben we enkel tijd om er heel lekker te eten en snel door het centrum van het stadje te lopen. We worden immers verwacht in het stadje waar ons hotel wacht, Rothenburg. De eigenaar en tegelijk chef van het hotel zegt ons een verbodsbord te negeren, de straat te blokkeren om de valiezen uit te laden en dan via een heel smal steegje te gaan parkeren in een kleine prive-wei langs de stadsmuur. Deze stadsmuur stamt nog uit de Middeleeuwen en is intact. Er is een rondgang waarlangs je de volledige stad kan rondlopen. Vanop deze muur kan je de vele torentjes en poorten zien die de stad telt.
We snuiven na zonsondergang nog even de stadssfeer op, pikken een stukje Carmina Burana mee op de marktplaats, maar even later moeten we toch terug naar het hotel, want het is echt te donker geworden.

De volgende dag kopen we nog de specialiteit van het stadje, sneeuwbollen. Dit zijn gebakjes in de vorm van een bal ter grootte van een kleine vuist, en heel lekker. Daarna verlaten we de Romantische Strasse, en zetten we koers naar de grote snelweg en rijden we recht naar huis, zonder al te veel verkeersopstopping. En zo eindigt onze reis in schoonheid en volmaaktheid.

vrijdag 6 augustus 2010

06/08/10 - Neuschwanstein

Na een zalige nacht in onze prachtige kamer in Mitteldorf, kregen we een bijzonder lekker ontbijt voorgeschoteld. Het weer was nog steeds behoorlijk triestig, het zag er niet naar uit dat het de rest van de dag zou beteren.
Een dagje vroeger dan voorzien vertrokken we richting Duitsland, op weg terug naar huis. Het is vrijdag en het tweede zogenaamde zwarte weekend van de vakantie staat voor de deur. Vanaf vandaag zal een vreselijke hoop volk zich doorheen Europa gaan verplaatsen. We besloten van de nood een deugd te maken en reeds op voorhand door te rijden en zo hopelijk de kilometerslange files te vermijden. Dus vertrokken we na het ontbijt met nog een laatste blik op het Virgen-tal, richting Duits-Oostenrijkse grens.

Er is echter nog een hoop volk die blijkbaar op hetzelfde idee gekomen is en de wegen zitten dan ook goed vol. We rijden nog, maar het is tegen een slakkegangetje met momenten. Ons doel voor die avond is Füssen, niet zo bekend, maar wel vlakbij het wereldberoemde slot Neuschwanstein. Füssen is ook het begin van een route, de Romantische Strasse. Deze loopt voor een paar honderd kilometer door minder evidente banen naar het noorden. Via deze weg konden we dus ook al een heel stuk GPS-file-rijders vermijden. We wandelen even door het stadje met de vele middeleeuwse gebouwen en de leuke sfeer, maar de regen koelt ons wel snel af. We dansen van winkeltje naar winkeltje in het uitgeregende stadje, en vinden daar ergens een reisboekje over de Strasse en een prachtige puzzel. Uiteraard, alhoewel we goed opgelet en vergeleken hadden, bleken we achteraf toch opgelicht door de verkopers, want hoe verder we op de Strasse kwamen, hoe goedkoper zowel de puzzel als het boekje. Behalve aan het slot zelf natuurlijk, waar het bijna dubbel zo duur was.

We rijden dan naar het slot door, waar we in totale en algehele toeristengekte belanden. Duizenden toeristen vergapen zich aan het kasteel dat als model stond voor het Disney-icoon. Voor letterlijk alles moet je ter plekke betalen; inkom, parking, de bus, de WC,... Na een week in isolement leven boven op een berg, voelt dit als een gigantische aanval op de zintuigen. We proberen toch een beetje de toeristen te ontlopen, waar we jammerlijk in falen. Na een paar uurtjes hebben we het wel zo wat gezien, we hebben het bovendien ook een beetje koud gekregen, want alhoewel het eindelijk stopte met regenen, is het niet bepaald zomerweer. Het is al laat, en we besluiten niet te ver meer te rijden. In Halblech, een klein dorpje niet zo veel verder, vinden we via de elektronische toeristische dienst, een heel leuk huisje met kamer en ontbijt. Gaan eten doen we in een heel plezant restaurant, met typisch Duitse keuken. Heel gezellig en lekker. Aangezien het nog maar eens begon te regenen, kropen we maar snel onder de lekker warme dekens.

donderdag 5 augustus 2010

05/08/10 - Einde wandeltocht

Ondanks onze hoop en verwachting, werden we 's nachts enkele keren wakker en hoorden we de regen tegen het raam slaan. 's Morgens werden we wakker met zichtbaarheid nul meter. Zo ongeveer even ver als we het nog zagen zitten om verder te wandelen.
De hele ons omringende wereld was gehuld in een grijze deken. De bergtoppen waren volledig ingepakt. Meer nog, zelf het pad enkele tientallen meters verder verdween in de ijle mist. Dat was meteen de doodsteek voor onze wandelplannen, in welke vorm ook gemaakt de voorbije avond. We hadden nu geen andere optie meer dan terug naar het dal te wandelen, via dezelfde weg.

Na het ontbijt belden we - net als heel veel andere wandelaars - de volgende hut, de Sajathütte, af en maakten we, een beetje teneergeslagen, onze rugzak voor een laatste wandeling. We namen dus dezelfde weg als de voorbije dag. De route die zo mooi was de dag ervoor, was nu helemaal verdwenen. Het moet wel gezegd, zo door een kleurloze en bijna ondoorzichtbare omgeving wandelen, heeft wel een speciaal feeëriek effect. De rivier die gisteren ook al woest omlaag kwam, was nu een brullend monster dat met vreselijke kracht als een bulldozer naar beneden donderde.

We waren nog veel te vroeg beneden om de bus te kunnen nemen, dus gingen we nog even de Stoanalm binnen en dronken een warme chocolademelk, met de rug tegen de grote oven, die lekker warm was. Gelukkig had de uitbater vandaag geen zin om te zingen. Het regende al genoeg...

Een klein uurtje later namen we dan de bus in Ströden en reden naar Virgen. Daar was het zwaar bewolkt, maar niet aan het regenen. Via de toeristische dienst regelden we een kamer in Mitteldorf, om die nacht te slapen, en wandelden dan via de Weg Der Sinne terug naar de auto. De Weg Der Sinne is een mooie wandeling met langs het pad opdrachten en voorstellingen die allemaal iets met de zintuigen te maken hebben. Los daarvan is het een heel mooie wandeling met hele mooie zichten om het dal, en de bergen, alhoewel er nu niet zoveel van te zien was. Onze auto vonden we in heel goede staat terug, en na alles ingeladen te hebben, gingen we op zoek naar onze gastvrouw voor die nacht. We installeerden onszelf op een hele mooie kamer, met eigen (overdekt) balkon en badkamer. Een badkamer! Na een hele week geen druppel warm water (of zo goed als) besloten we toch te douchen alsof het opnieuw een hele week zou duren. Het deed ongelofelijk veel deugd om de warme stralen over pijnlijke schouders en rug te voelen lopen.
Helemaal opgefrist en opgemonterd gingen we daarna op zoek naar een goed restaurant in Virgen. We vonden een heel leuk restaurant - Panzl Bräu - waar we onze wolvenmagen lieten spreken en we bestelden een gigantische schotel. Er lag schnitzel op, en varkensvlees, en run, met kruidenboter, veel sauzen en een hele berg groenten. Goed volgestopt (een beetje te veel gestopt...) keerden we daarna terug naar onze kamer, waar we het met de tokkelende regen nog heel gezellig maakten. Moe maar uitermate tevreden vielen we in slaap, en droomden van een prachtige wandelreis in het Virgen-tal.

woensdag 4 augustus 2010

04/08/10 - Clarahütte naar Essener Rostockerhütte

Na een zalige rustige nacht, opgestaan in een halve duisternis. Het leek alsof het weer nog niet verbeterd was. Maar toen we eens goed naar buiten keken, bleek gewoon de zon nog niet zo diep tot in het dal doorgedrongen te zijn, want een stralend blauwe lucht spande zich uit boven ons.
Goedgeluimd schoven we aan de ontbijttafel en vertrokken na een heerlijk ontbijt naar het dal. We hadden op voorhand drie routes uitgestippeld. Twee zouden over de berg gaan, maar zonder gids was dat niet te doen. En we hadden geen gids gevonden. Dus werd het route nummer drie, naar beneden naar het dal en dan terug naar boven in het volgende dal. De route naar beneden volgde opnieuw de Isel, en zou verder beneden over een aantal watervallen naar beneden tuimelen. Met dit schitterende weer zou dat beslist voor puike beeldjes zorgen.

We vertrokken en al meteen zagen we achter ons de machtige witte toppen afsteken tegen de helderblauwe hemel en de grasgroene bergnatuur. Het pad lag gemakkelijk en langs de oevers van de rivier zagen we nog heel wat zonnebadende marmotten. Die waren duidelijk ook blij dat het zonnetje weer van de partij was.

Even verder zagen we plots de rivier verdwijnen; we hadden de eerste waterval bereikt. De zon scheen er recht op, en dat leverde een fantastisch beeld op. De zonnestralen spatten letterlijk als een vonkenregen naar beneden. De kracht van het water maakte de waterval een witte wolk tussen duizenden tinten groen van de bomen, struiken en het mos.
Vanaf dan kwamen we de ene na de andere waterval tegen, de ene al indrukwekkender dan de andere. ook van de andere hellingen zagen we water omlaag komen, in sluiers, cascades of al kabbelend, maar overal waar we keken, zagen we wel water. En dat was heel impressionant.

Beneden kwamen we langsheen de Pebell Alm en de Islitzer Alm, waar ze het terras aan het stofzuigen waren. Snel een stempeltje halen voor in het grote hutten-stempel-boek en dan gauw terug zonnecreme smeren. We liepen terug vol in de zon en kwamen langs Ströden. Dat wordt hier een dorp genoemd, maar is eigenlijk een kerk, huis, stal en busstop. Dat was meteen ons scharnierpunt naar het volgende dal. We draaiden weg van de Isel en gingen terug omhoog langs de flanken van de volgende berg. Bergop ging het al meteen wat trager, want zo met de warmte van de zon op ons, brak het zweet ons uit en al snel liepen we te puffen en te hijgen om toch maar wat afkoeling te zoeken.
We passeerden de Stoanalm, en bij het passeren hoorden we de eigenaar accordeon spelen en zingen. Dat laatste ging niet zo goed. Vanaf dan ging het steeds maar de hoogte in, eerst tot aan de Ochnserhütte. Dat is maar een klein schuilhutje. In een bocht besloten we rond het middaguur toch al halt te houden ergens onder de bomen. Na de pauze stapten we de bocht om en nog even later zagen we dan de Ochnserhütte, met enkele prachtige plekjes om te eten en te rusten...

Het weer begon een beetje bewolkt te worden, en dat haalde de temperaturen wat naar beneden, waardoor we wat gemakkelijker konden wandelen. Een dik uur later kwamen we via een woeste rivier van smeltwater - rechtstreeks afkomstig van de gletsjers boven ons - bij de Essener Und Rostockerhütte. We kregen alweer een slaapzaal voor ons alleen, blijkbaar stonken we zo hard (da's best plausibel na een halve week wandelen) of zagen we er enorme snurkers uit of misschien wel als zeer onvriendelijke mensen, of vond niemand ons echt leuk. In elk geval beloofde dat dus wel een rustige nacht voor ons.
Helaas vernamen we ook dat de Sajat Scharte, die op de planning stond voor de volgende dag, niet te bewandelen was wegens steenslag. We hoorden ook dat het weer de volgende dag opnieuw zou omslaan, met zelfs onweersvoorspelling tegen de avond. We probeerden dan een plan B in elkaar te flansen voor de volgende dag, maar hadden slechts enkele opties : ofwel doorlopen naar de Eisseehütte, maar dan zouden we waarschijnlijk op grote hoogte overvallen worden door het onweer, ofwel naar de Johannishütte, die niet zo ver was, en vandaar afdalen naar het dal, maar dat was wel een heel saaie weg. We konden ook rechtstreeks naar beneden, langs dezelfde weg als we vandaag gekomen waren. We beslisten, dat als het weer 's morgens nog mooi was, we de oversteek naar de Johannishütte zouden maken, omdat dat nog een mooie wandeling is.
Later op de middag gingen we nog even naar de Simonysee, een meer dat aan de voet van de gletsjer ligt. Daar zagen we een hoop schapen, hoorden we de marmotten fluiten, maar zagen deze niet. Na een tijdje werd het toch te koud om daar te blijven zitten en keerden we terug naar de hut. 's Avonds aten we Hirten Macaroni. Heel lekker, met heel veel saus. Daarna kregen we nog het dessert van een Duitser die naast ons aan de tafel zat, en die zijn dessert niet meer opkreeg. We babbelden er nog even mee (enfin, Klaar babbelde en ik concentreerde me om er iets van te kunnen verstaan) want hij kwam van de andere kant, maar het kon niets veranderen aan onze plannen.

Wat later kropen we dan tussen de lakens, hoopvol voor de volgende dag.

dinsdag 3 augustus 2010

03/08/10 - Neue Reichenberger Hütte naar Clarahütte

De nacht was er een vol regen, wind en zelfs donder en bliksem. Ondanks het gure weer, toch goed kunnen slapen. 's Morgens was het niet aan het regenen, maar wel heel bewolkt. We gingen op weg en stopten niet zo veel verder om te ontbijten, met zicht op het dal en de hut. De groep oude mannen van de avond ervoor kwam ons gezwind in kleine groepjes voorbij, elk een andere weg op aan het gaan.

Het was vandaag niet zo'n verre etappe, dus we deden alles op het gemak. Het tempo lag een stukje lager dan de dag ervoor en we konden dubbel genieten van de omgeving, ondanks het gure weer. Eigenlijk was het geen vakantieweer, en dat vonden de marmotten ook, want geen enkele vertoonde haar snoet. Of toch wel, eentje. Die bleek zeer verbaasd ons te zien en liep niet meteen weg. Maar uiteindelijk had ze toch door dat wij rare mensen waren en schoot ze haar hol in.

We wandelden verder maar zagen dus geen marmotjes of andere dieren meer. Volgens Klaar zat dit gebied vol marmotten, en dat leek inderdaad zo te zijn, want de hele flank zat goed doorboord met gaten. Maar het slechte weer zal de diertjes binnen gehouden hebben. Wat verder donderde plots weer een hele hoop stenen van een flank, met enorm veel stof en lawaai. Gelukkig gebeurde dit op de andere flank. Dat zou je echt niet boven jou willen hebben.

Het gebied waar we doortrokken heeft niet veel bescherming. In de lente wordt door het smeltwater dan ook dikwijls heel wat grond en stenen meegesleurd. Dit resulteert dan in een ruw en ongerept terrein, heel mooi om door te wandelen, maar niet zo gemakkelijk, want het pad verdwijnt geregeld en het is steeds opletten waar je de voeten neerzet. Door het slechte weer van de voorbije nacht, was de hoeveelheid water weer aangezwollen. Maar we zagen ook nog veel sneeuw, merkwaardig voor augustus. Aangezien we op de flank van een helling liepen, moesten we geregeld eens een stroompje oversteken. Dit zijn stroompjes van kleine meertjes of van smeltwater. Dit jaar was het blijkbaar behoorlijk dramatisch geweest in het dal, want gehele stukken van het pad waren volledig weggeslagen. De stroompjes moeten in de lente een heel stuk groter geweest zijn, en ze hadden diepe voren uitgesleten. Daardoor was het soms een spannende uitdaging op de glibberige en volledig glad gesleten oevers een doorsteek te vinden. We moesten geregelend een stukje naar beneden schoffelen of naar boven krabbelen om over het water te geraken.
Na heel wat van die huzarenstukjes bereikten we de rivier de Isel, waar we over moesten om op onze bestemming te geraken. Helaas lag deze rivier een heel eind beneden ons, aangezien we bijna niet gedaald waren vandaag. Zo'n lange afstand dalen met een rugzak op is best lastig, maar we geraakten dan toch aan de brug over de Isel. Daar zagen we dat de originele brug in de lente weggeslagen was en vervangen was door een interim-brug. Het zag er allemaal een beetje gammel uit en lag bovendien een stukje scheef. We hoorden de rivier bulderen onder de brug en met een heel klein hartje en stapje voor stapje schuifelden we over de wankele planken naar de veilige en droge overkant. Het bleek later in de hut trouwens dat deze tijdelijke brug er amper een kleine week lag. Een weekje vroeger en we hadden de volledige weg kunnen terug lopen. Terug op het pad volgden we dan de Isel stroomopwaarts en een klein half uurtje later kwamen we aan bij de Clarahütte. Net op tijd, want de wind had flink aangetrokken en deed de temperatuur flirten met de lage warmteregionen.

Het was ondertussen pas een klein stukje na de middag, dus bestelden we ons eerst een lekkere warme soep, installeerden ons in een slaapzaal met amper vier bedden, en gingen dan in de gezellige eetplaats zitten. Aangezien de Clarahütte gemakkelijk bereikbaar is vanuit het dal, zaten er veel dagjestoeristen en er was dus een gezellige drukte in de hut.
We vulden de rest van de middag met de route voor de volgende dagen nog eens bekijken, boekjes lezen en spelletjes spelen. Waaronder een heel plezant pizza-spel (dat we wel niet helemaal volgens de regels hadden gespeeld, want die verstonden we niet helemaal)

's Avonds besloten we dan een lekkere spaghetti te eten, maar we kwamen van een kale reis terug. Blijkbaar had de hut niet genoeg spaghetti ingeslagen, en was er dus geen meer voor ons. We namen dan maar genoegen met een pastaloze maaltijd. Heel de middag hadden we mensen zien spaghetti eten, dus viel dat wel een beetje tegen, en konden we onszelf wel voor ons hoofd slaan dat we 's middags niet al spaghetti gegeten hadden.

Al bij al dus een heel rustige dag vandaag, en maar best ook, want de volgende dagen beloven nog een flinke inspanning!

maandag 2 augustus 2010

02/08/10 - Lasörlinghütte naar Neue Reichenbergerh¨tte

Na een nacht in een 's Wereld Meest Piepende bed verschenen we blijkbaar als laatste aan de ontbijttafel.
Volgepropt en volgeladen gingen we na het ontbijt weer op weg, meteen 300 meter omhoog naar de voet van de Lasörling, een zeer hoge berg, vlakbij de hut (de aandachtige lezer had al begrepen dat de hut vandaar de naam haalde) Daar waren we al flink aan het zweten, maar toch besloten we de flank van de berg te beklimmen.
Het uitzicht zou onze blik tot in Italië kunnen voeren!
Een uur later stonden we dan op de top, helaas tegen dan omsingeld door wolken die het machtige zicht versluierden. Dan maar terug naar beneden. Op de terugweg zagen we op de bergkam steenbokken. Deze hadden we toevallig gezien omdat die beesten spelenderwijs enkele stenen naar beneden hadden gegooid, die met veel lawaai en gedaver andere rotsen hadden meegesleurd. Niet dat zij er zich iets van aantrokken.

We hadden voor de klim onze rugzakken aan de voet van de berg achtergelaten. Deze pikten we terug op, ondanks protest van onze schouders. Daarna begon de waanzinnige klim naar de Prägrator Torl, de doorgang naar het volgende dal. Een Törl is de laagste plek op een bergkam en meestal de enige die zonder klim-gerief te bestijgen valt. Daarboven hadden we hier zelfs kabels nodig om boven te raken. Om maar te zeggen dat laagste punt wel heel relatief is.
De afdaling was niet veel gemakkelijker; gelukkig hadden we boven nog een stuk van onze mondvoorraad soldaat gemaakt. Eens beneden gekomen gingen we dan opnieuw omhoog naar de volgende doorsteek. In een bergriviertje vulden we de drinkbus met helder, fris bergwater. We gingen zoals gezegd dan weer naar boven naar wat we dachten dat de Michltalscharte was, maar na enkele meters omhoog klimmen, stonden we plots op de top en zagen we in de verte de echte scharte. Een domper, maar we gingen gewoon op weg. Wat anders kan je doen. Daarvoor moesten we eerst nog door de sneeuw. Sneeuw zelfs in augustus kan best nog koud, nat en bijzonder glibberig zijn. Wat resulteerde in een ijskoud straaltjes dat onze stapschoenen binnenliep.
We vonden onze weg naar boven, maar voelden daar de eerste druppels al neerpletsen. Over de scharte terug naar beneden, telkens niet veel gemakkelijker dan de helling bestijgen. Daar namen we een korte pauze en hebben we de regenjassen. Waarna het natuurlijk stopte met regenen.

Tenslotte gingen we een laatste keer omhoog naar de zwaarste klim van de dag, de Rote Lenke. Ondertussen was het al terug goed aan het regenen geslagen. Aan een sneeuwveld zagen we plots kleine beestjes lopen, die hermelijntjes zouden blijken te zijn. We twijfelden tussen hermelijken en wezels. En dat is nog niet eens zo'n vreemde verwarring, aangezien men de twee maar uit elkaar kan houden omdat een hermelijn een zwarte punt heeft, en een wezel niet. De snelle beestjes waren snel weg, en eindelijk, vreselijk veel later (een uur) stonden we op de top van de laatste scharte. Vanop de top zagen we achter ons in het dal de regen neervallen, maar met een prachtige regenboog erboven!
We zagen voor ons de hut eindelijk liggen, maar werden wel zo'n beetje terug het dal ingeblazen door enorme windstoten. Het voordeel van die wind was dat we meteen weer droog waren. Het nadeel dat we ertegen moesten opboksen om vooruit te raken.

Een goed half uur later stonden we dan toch aan de Neue Reichenberger Hütte. We fristen ons een beetje op, deden droge kleren aan en gingen eten. Vanuit de eetzaal zagen we het dal waar de hut in stond en zagen we het spektaculaire wolkenspel om ons heen. Er zaten ook een zestal oude bergwandelaars die het heel vrolijk maakten, of zo leek het toch, want van het taaltje konden we absoluut niets maken.

zondag 1 augustus 2010

01/08/10 - Zunigalm naar Lasorlinghutte

Heel lekker ontbeten, nog steeds bij de supergezellige en über-beleefde uitbaatster van de alm. Om klokslag 8 uur gingen we op weg voor de moordende tocht van 8 uur marcheren, naar de Lasörlinghütte. De zon was gelukkig opnieuw van de partij.
Eerste stop was de Zunigsee, met prachtige zichten naar alle kanten. We gingen dan goed de hoogte in en lieten de bomen onder ons, naar het kruis van Ganitzle en vandaar dan rustig op naar de Arnitzalm. Onze planning konden we deze keer mooi volgen, we geraakten mooi op tijd aan de alm.
Daarna was het de beurt aan de lange trek naar de Zupalseehütte. Eerst nog even de koeien wegjagen van het pad, na de obligate stempel in de hut en het cola-fanta-mengsel dat iedereen hier drinkt. We geraakten goed op weg, maar het eerste stuk hadden we verkeerd ingeschat. Dat zou maar een halfuur duren volgens onze planning, maar we hadden er uiteindelijk wel een uur voor nodig zonder vaak te stoppen. Volgens een bordje aan de Arnitzalm zou de tocht naar de Zupalseehütte, 3,5 uur duren. Wij deden er uiteindelijk 4,5 uur over. Met veel zweten en puffen.

De Duitser uit de Zunigalm liep ook die richting uit en besloot ook nog eens de enorme klim vlak voor de hut erbij te nemen, iets wat wij wijselijk vermeden. Daarna haalde diezelfde Duitser ons nog eens in op weg naar de Lasörlinghütte. Niet zo ideaal voor de moraal. Het was überhaupt al afzien, omdat de kilometers maar bleven komen en de hut niet dichterbij scheen te komen. De schouders begonnen ook pijn te doen, van een hele dag de rugzak te torsen. De rest deed al pijn. Gelukkig was de zon een beetje verborgen achter enkele wolkjes, zodat de temperaturen niet zo hoog meer geraakten. We zagen ook onze eerste marmotjes, wel van redelijk ver. Het was wel merkwaardig dat we zelf in korte broek liepen te zweten, en tegelijk de marmotjes in dikke vacht over de sneeuw zagen lopen.

We kwamen tenslotte behoorlijk afgemat aan in de Lasörlinghütte, waar we wel een kamer voor ons beiden kregen. Klaar had een ontmoeting gehad met een insect met een vreselijk slecht humeur, want ene dikke boebel zat op haar hiel. Goed ontsmet de bel doorprikt en met een plakkertje afgedekt. Geen idee wat het was, maar hopelijk gaf dit geen complicaties de volgende dagen.

's Avonds aten we vleesloze spaghetti en een lekkere grote schnitzel met frietjes en groentjes. Er was in deze hut de luxe van warm water (helaas geen douche) Dat was genieten! Bleek dat we vandaag goed verbrand geraakt waren, dus eerst nog aftersun smeren. Daarna moesten we ons snel gaan leggen, anders zouden we gewoon rechtop in slaap gevallen zijn, waar we stonden of zaten.

zaterdag 31 juli 2010

31/07/10 - Naar Tirol

Twee zwarte weekends op een jaar. Juist de weekends dat wij op weg zouden zijn. De ene keer naar Oostenrijk, de andere keer terugkomen. En we hadden een strakke planning en zouden tijdsverlies kunnen missen als de pest. Dat beloofde. We vertrokken vrijdag reeds in een poging de files te vermijden. Deel twee van ons plan was ook nog eens de GPS niet te volgen. Aangezien de toeristen dit standaard wel doen, zouden we toch al uit de buurt blijven van die files. Ons doel voor vandaag was Ulm te bereiken, een stad niet zo ver van de Duits-Oostenrijkse grens. Hoop om over die grens - of door, is eigenlijk meer van toepassing met de tunnels - te geraken, hadden we niet echt, want de hele middag hadden we reeds bijna onwezenlijke wachttijden gehoord. Zonder noemenswaardige problemen (die vervelende Duitse wegenwerken niet meegerekend) en tegen alle verwachtingen in bereikten we vlot Ulm. Het hotel dat we uitgekozen hadden op voorhand, bleek volgeboekt. We hadden het niet gereserveerd aangezien Murphy dan zou verhinderd hebben dat we er zouden geraakt zijn. Murphy bleek echter een plan B te hebben, want net vrijdag en zaterdag bleek er een schlagerfestival gaande in Ulm, en was de ganse stad volgeboekt met schlager-festivalgangers. Of all places, Ulm... Er zat niets op, we moesten in het Ibis-hotel van Ulm slapen. Dat was nogal wat meer dan gebudgeteerd, maar een mens moet 's avonds nu eenmaal slapen, na een dag werken/rijden.

De volgende dag waren we mooi op tijd uit de veren. Onze auto stond nog waar we hem achtergelaten hadden en al snel hadden we de schlager-stad achter ons gelaten. In een wegrestaurant lieten we ons dan nog afzetten voor ontbijt, en de volgende stop was de tunnel. Feitelijk was ook dit geen stop, aangezien er zo goed als geen file was. We reden dus heel vlot Oostenrijk binnen. Even later reden we Matrei binnen. We besloten bij de lokale warme bakker nog een brood te kopen voor eerste wandeldag. Maar de bakker had geen brood meer, enkel taart. En dat was toch niet zo gemakkelijk mee te pakken op een huttentocht, dus lieten we het maar zo. Niet zo ver van Matrei dan, bereikten we Virgen. Dat was ons begin van de huttentocht. We moesten via de Weg Der Sinne naar een afgelegen parking rijden. De eerste Weg Der Sinne echter die we tegenkwamen, bleek slechts een wandelpad te zijn. Dus net nadat we onze auto vast gereden hadden en enkel nog achteruit bergop terug konden rijden, hadden we dat door. Na de uil uit te hangen en ons hoofd achterstevoren op onze nek gemonteerd hadden, geraakten we toch terug op de berijdbare weg. De volgende afslag was wel de goeie, en even na de middag stonden we geparkeerd op een parking met uitzicht op Virgen.

De auto goed afsluiten, de rugzakken op onze rug en op weg dan, enkel bereid pas na een kleine week terug te komen naar de auto. Het doel voor vandaag was de Zunigalm. Het plan was goed voorbereid, de kaart in de hand, maar toch besloten we al meteen de verkeerde weg te gaan volgen. We hadden onze fout snel door, en gelukkig konden we wat verder terug op het originele parcours geraken. Alhoewel we daarvoor wel alle geklommen hoogtemeters alweer moesten afdalen.

Steeds hogerop ging het, en de hoogte van het kwik in de thermometer ging even vrolijk mee de hoogte in. Aan het Lukasserkreuz was de moraal al flink gezakt, net als het tempo. Het klimmen met een volle rugzak, de warmte en het feit dat we 's middags niet veel gegeten hadden, eiste zijn tol. We sleepten onszelf naar boven, ondertussen wel genietend van het mooie weer en de omgeving, maar evenzeer het gewicht van de rugzak en de temperatuur vervloekend.

Uiteindelijk kwamen we dan aan aan de prachtig gelegen Zunigalm, op 1846 meter hoogte. Het was al ruimschoots tijd om te eten, en gelukkig was de extreem vriendelijke uitbaatster zeer bereid ons een heel smakelijke grote schotel klaar te maken. We hadden de hut bijna voor ons alleen, slechts het gezelschap van één andere wandelaar mochten we genieten. Het bleek een Duitser te zijn, die zo ongeveer dezelfde route als ons zou gaan volgen de komende dagen.
's Avonds hadden we prachtige zichten op het dal, met op de achtergrond de Grossglockner. We genoten van de gezellige hut, met de locals die het heel feestelijk maakten met zelfgestookte schnapps.
We kregen een slaapzaal voor onszelf, aangezien er toch niet veel volk aanwezig was. Moe maar heel tevreden kropen we dan redelijk vroeg onder de dekens, om de volgende dag goed uitgerust te zijn voor een lange etappe .