Ons plan voor die dag was naar Tazacorte te rijden en te zien of er een boot de zee opging om dolfijnen te gaan zoeken. Bovendien zouden we zo ook de minder bereikbare plekjes langs de kust kunnen bereiken, waaronder de Piratenbaai en de Playa de la Veta. Maar in Tazacorte aangekomen vonden we één van de twee operatoren nog gesloten en de andere was volboekt. Plan B dan maar.
We reden naar Los Llanos en stopten daar om enkele winkeltjes te bezoeken en wat soeveniertjes op te pikken. Maar Llanos is echt een wereldlijke winkelstad: klerenwinkels en supermarkten, maar weinig toeristenspul. We besloten dan maar richting Santa Cruz door te rijden, waar we de eerste dag ook al geweest waren en fijne herinneringen aan hadden. We liepen er opnieuw enkele uurtjes in rond en kochten leuke dingetjes voor onszelf en de thuisblijvers. We genoten ook volop van het mooie weer en de toch zeer relaxte sfeer, die echt pas voluit te smaken is in Santa Cruz.
We reden van de leuke stad naar het zuiden, naar Breña Alta, waar we naar twee gigantische, verstrengelde drakenbomen gingen kijken. We hadden wat moeite om ze te vinden, maar ze waren het dubbel en dik waard. De massieve bomen torenden een heel eind boven ons uit en ook de omtrek was indrukwekkend.
De volgende stop was het kleine plaatsje Mazo. We hadden in onze toeristische gids gelezen dat daar een grote markt doorging, op zaterdag in de namiddag. Onze toeristische gids was nu wel een low-budget geval, dat vaak niet echt overeenkwam met de realiteit, maar de gids sprak van "soms duizenden toeristen", dus al was maar de helft waar, dan kon het niet echt tegen vallen. Helaas... Toen we daar mooi op tijd toekwamen, werden we wel degelijk ontgoocheld.
De markt hield niet meer in dan een tiental kraampjes met voeding, en een vijftal kraampjes met vooral artisanale weef-stukken. Hoop en al waren we amper vijf minuten binnen, en dan waren we al twee keer rondgeweest.
We probeerden vanuit Mazo door te steken naar de kust, maar ook aan deze kant van het eiland was het te wild om in de zee te gaan. Verder op onze tocht kwamen we dan in het zuidelijkste punt aan Los Canarios en begonnen aan onze tocht naar Puerto Naos.
Aan de Playa de Zamora stopten we ook vandaag. Deze keer om de zeer grote en wilde golven te bekijken die in witte wolken uiteenspatten tegen de donkere vulkanische rotsen.
Daarna reden we helemaal door naar La Bombilla, aangezien in zee gaan, echt gekkenwerk was. Iets buiten het dorp stond de eenzame vuurtoren op een uitstekend stuk eiland. Daar waren de golven nog groter en wilder en dus nog spectaculairder. We vonden een leuk zitje bovenop de beschermingsmuur van de vuurtoren, die toch nog wel een eindje van de zee verwijderd was. Er lag nog een natuurlijke golfbreker net voor de muur, dus meer dan wat gespat op onze voeten kregen we niet. Tot die ene vermaledijde golf...
Drijfnat als we waren probeerden we onszelf nog wat te laten drogen voor we de auto terug instapten, maar voor we gingen eten, schoten we toch maar even net drogere kleren aan.
's Avonds gingen we nog een stukje eten in Puerto Naos in het behoorlijk ongezellig aangeklede "Orinoco". Echt hoogstaand culinair kon je de maaltijd niet echt noemen, en eigenlijk was de smaak nu ook niet echt zo hoogstaand, maar aan de andere kant was het (gelukkig maar) goedkoop.
Aangezien we de volgende ochtend alweer vroeg de weg op moesten naar de luchthaven, kropen we na het eten maar in bed.
Onze tocht naar de luchthaven verliep voorspoedig, de juiste parking vinden daarentegen was niet zo evident. Aangezien we per ongeluk de parking van Hertz waren binnengereden, langs een ticket-toestel dat niet werkte en dus geen ticketje kon geven, geraakten we ook niet meer van de parking van Hertz. Na heel wat rondrijden en zoeken en vele pogingen tot uitleg in Spangels kregen we uiteindelijk een ticketje om terug uit de parking te raken en hadden we ook de uitleg gekregen om de juiste parking in te rijden. Gelukkig allemaal nog goed op tijd voor onze vlucht naar huis.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten