donderdag 26 augustus 2010

31/08/10 - Lanzarote, vulkanen deel 2

Het waren de laatste dagen van Klaar op het werk geweest. Volgende week mocht ze al meteen op het volgende beginnen. Om de overgang toch een beetje te verzachten, besloten we er nog enkele dagen tussenuit te knijpen. Na het mindere weer in Ijsland en Oostenrijk (of toch gedeeltelijk) hadden we besloten geen enkel risico te nemen. Het werd Lanzarote. Gemiddelde temperatuur over het jaar een heel stuk in de twintig, een handvol regendagen... op een heel jaar. Heel het Canarisch gebied was eigenlijk een optie, maar de prijzen voor Lanzarote was iets lager, en dus werd dit onze uitverkoren lokatie voor onze short-break.
We hadden een last-minute hotel gevonden, in het minst overvol gebouwde toeristencentrum op Lanzarote, Costa Teguise. Wat ooit bedoeld was als een verzamelplaats voor zoveel mogelijk Duitsers, Hollanders en Engelsen, was in de loop van de jaren een beetje een kalm familieoord geworden. Weliswaar met de nodige grote hotels, maar waar het wel mogelijk was nog een beetje te wandelen zonder je in een Engeland in een parallel universum (waar het zonnig en warm kon zijn) te wanen.
Costa Teguise was ooit gebouwd met medewerking van Cézar Manrique, een allround-kunstenaar van Lanzarote, die voor Costa Teguise het idee had om er een oase van rust en harmonie met de natuur van te maken. Helaas hadden de investeerders een andere prioriteit, en alhoewel de Pueblo Marinero een heel mooi pleintje in het dorpscentrum is, kan je niet echt spreken van harmonie. Of van rust.
Ons hotel was een verzameling van een vijftiental appartementjes, met een bar en een zwembad. En dat was het, en meer zouden we ook niet nodig hebben. We hadden Lanzarote ook nog voor een andere reden uitgekozen; het zou echt een luilekker-vakantie worden. Er is heel weinig te doen, op drie dagen heb je zeker het hele eiland gezien, maar je kan er wel weken genieten van al het kleine moois dat er te zien is.

We hadden een vlucht op een onmogelijk vroege uur, en kwamen net voor het middaguur aan op het eiland, na een vlucht waarop zo veel verkocht werd, dat het een wonder was dat we met al die rommel van de grond geraakt waren. We stapten uit en voelden meteen dat men de haardroger had laten aanstaan op het eiland. Onze kleren plakten na twee minuten al aan onze lichamen van het zweten. In de terminal was het gelukkig wat luchtiger, en al snel vonden we onze verhuurmaatschappij. We kregen onze auto gemakkelijk mee en smeten ons in het stresserende gewoel dat zo typerend is voor de Spaanse bestuurdersmentaliteit. Vanuit de luchthaven, moet men omheen de hoofdstad Arrecife om in Costa Teguise te raken. Maar we besloten toch even de hoofdstad te bezichtigen, als was het maar om langs de lanen met palmbomen te kunnen flaneren.
Arrecife stelt niet zo heel veel voor, vergeleken met een gemiddelde stad in drukker bevolkte landen, maar had een indrukwekkende winkelstraat. En palmbomen en zicht op zee; dat kan ook niet elke stad zeggen. We bezoeken er het oude fort, met de mooie brug erheen, en al meteen krijgen we een heel mooi beeld van hoe onze vakantie er de komende dagen zou uitzien: zon, zee, palmbomen en heerlijk nietsdoen. We eten een broodje in de schaduw van het fort, met zicht op de kleine vissersbootjes, de brede boulevard langs het water en de mooie, koloniaal aandoende kade. In de stad liggen kleine lagunes met kleine vissersbootjes in, en het oogt allemaal heel rustig en vredig. We zijn onder de indruk van het ongebroken wit in de stad en de leuke accenten groen en blauw op de luiken en deuren.
Een uurtje later gaan we op zoek naar ons appartementje. Dit vinden we ook al vrij vlot.
Het appartementje heeft alles wat we nodig gaan hebben: een keukentje, een leuke living, en een terras met zicht op het zwembad. We installeerden ons en vanaf dat moment kan de vakantie echt beginnen. We zoeken ons meest zomerse kleren uit en onze zwembroek en verkennen de omgeving van Costa Teguise. Niet zo ver van het hotel - een minuutje of vijf slenteren op onze flipflops - is de zee, met een heel erg leuk strandje ervoor. We wandelen verder langsheen het strand, en komen aan de drukkere stranden, vol buinenende of verbrandende toeristen en parasolletjes, en wandelen verder. Daar staan ook de Engelse pubs, en de schreeuwerige toeristenwinkeltjes. Maar nog een stukje verder is dat ook alweer gepasseerd en is de kust van Lanzarote te ruig voor de tere toeristenvoetjes. We zaten er even en zagen slechts de horizon, de gebroken kustlijn waarop de golven braken en in de zee enkele snorkels en flippers. Snorkelen is een sport die heel populair is op Lanzarote, want er zijn heel dicht tegen de kust heel veel visjes te zien.
In de namiddag verkenden we even onze omgeving, waar de supermarkten waren en wanneer ze open waren. We kochten meteen ook onze voorraad voor enkele dagen, en gingen dan gaan uitrusten van de zware inspanning van die dag (hum hum) Onze lichaamstemperatuur was al enkele graden gestegen, en we zochten verkoeling in het zwembad. Dat was uiteraard niet verwarmd en dus een enorm schokeffect om erin te gaan. Vreemd dat elke vierkante centimeter die nat wordt geregistreerd wordt als een blokje ijs dat tegen de blote huid gehouden wordt, maar dat een big splash dan weer juist heel verkoelend en verfrissend werkt. Hoe dan ook, we genoten super toen we (eindelijk) helemaal ondergedompeld waren. Afdrogen was niet nodig, de zon en de grote haardroger deden het werk zelf wel. Tegen dan was het stilaan tijd om aan het aperitief te beginnen. Vanop ons terras met de zon voor ons en het zwembad voelden we ons als God in Frankrijk. Na een heerlijk diner, genoten we nog even van de prachtige avond, maar de vroege vlucht zat nog wat in onze kleren, en we maakten er een vroege avond van. Met het lichtste laken op ons vielen we al vlug in slaap.

De volgende dag gingen we het zuidelijke deel van het eiland verkennen. Onze eerste stop was het gehucht Playa Quemada. Enkele huizen en een restaurant, en een dozijn vissersboten. Volgens onze toeristische gids zouden in het dorp nog tienduizend extra slaapplaatsen komen, maar het enige dat wij ontdekten, waren een hele hoop caravans. We vonden een klein strandje wat verderop, maar op de weg daarheen maakte Klaar een vreselijke glijder. Zonder erg gelukkig, maar we besloten toch maar langsheen de hogere heuvel terug te lopen. Het was een idyllisch plaatsje: een restaurantje met zicht op de vissersbootjes, enkele locals in de zee, mensen die gezellig bij elkaar zaten Spaans te ratelen, en een vredige rust.
Dit was een uitstekend begin van onze kennismakingstocht. Het volgende plaatsje zou merkelijk minder rustig zijn. We gingen naar het Playa Papagayo, een afgelegen, maar heel mooi strand met een natuurlijke afgeschermde zwembaai. Helaas had de toeristische sector dit ook reeds in de smiezen en het strand was dan ook afgeladen vol. We wandelden eerst even langsheen de kustlijn, die een heel stuk boven het water uitstak, zagen de prachtige schakeringen blauw en groen in het water en kwamen net iets te dicht bij een heus nudistenstrand. Rechtsomkeer dan maar, terug naar de massa mensen, waar we nog net een plekje vonden. Ook hier genoten we van het verfrissende zeewater, met een heerlijke temperatuur. Het is echt een prachtig strand, of feitelijk zijn het vooral de blauwgroene schakeringen in het zeewater die weerkaatsen tegen de verschillende tinten wit en geel van de rotsen. De combinatie van deze twee is hemels en een absoluut snoepje voor het oog.
Daarna ging het even mis. We namen de baan langsheen de zuidkust en verdwaalden hopeloos in het enorm uitgestrekte Playa Blanca. Dat is echt toeristenland, het ene hotel tegen het andere en soms er tussenin nog een keten appartementen of vakantiehuizen. In elk geval vonden we het er niet leuk en het was pas na veel draaien en keren dat we uiteindelijk wegschoten uit het vreselijke gedrocht. We zaten gelukkig in de juiste richting naar de Salinas De Janubio. Dat is een baai met grote zoutvlaktes eromheen. Door de verschillende stadia van verdamping in de velden, krijgt men een lappendeken van kleuren, in rood, oranje en wit, en daarbij nog het zeewater. Verderop begon een heel mooi gebied dat Los Hervideros genoemd wordt. Het is eigenlijk het gestolde restant van een vulkaanuitbarsting ettelijke tienduizenden jaren geleden, en waar de lavastroom de zee bereikte koelde deze af tot gestolde vormen, met poreuze openingen die door de zee genadeloos uitgehold en afgebroken werden. Wat rest is een zeer grillige vorm met kleine grotten waarin het gebeuk van de zee versterkt wordt en zich langsheen de kust verplaatst. Op verschillende plekken zijn parkingen aangelegd zodat men in alle rust van deze natuurpracht kan genieten. We vonden een prachtig plekje waar een onderzeese grot ingestort was, maar een natuurlijke brug was blijven staan. We zagen daar het water met veel geweld door de opening geperst worden, met grote golven tot gevolg. Ondertussen was ook het binnenland een lust voor het oog. De contouren van de oude vulkanen in verschillende tinten bruin en rood en geel waren indrukwekkend om te zien. Wat verderop langs de weg kwamen we langs een merkwaardig natuurfenomeen. Het is een egaal groen meertje, of enkele tientallen meters van de vloedlijn van de zee. Het is El Golfo, en de olijfgroene kleur wordt veroorzaakt door de algen die in het water aanwezig zijn. Insijpelend zeewater houdt het meertje levend en gevuld, en de afwezigheid van enige deining geeft de algen vrij spel. Het is slecht een kleine plas water, maar het trekt bijzonder vele toeristen aan, en toegegeven, het effect van groen tegen het zwart van het strand en de gele rotsen erachter met grillige patronen in de wand is best een plaatje waard.
Vandaar uit ging het terug richting Costa Teguise. Op de terugweg passeerden we eerst nog Yaiza, volgens de gids het mooiste dorp van Lanzarote, maar waar alles nog volop in siësta was. Het was inderdaad een heel proper en mooi onderhouden dorp, maar zo in het binnenland was de drukkende hitte niet uit te houden. We wandelden er kort rond, maar konden het echt niet houden en moesten er vertrekken, op zoek naar een beetje afkoeling. Voorbij Yaiza ligt het enige wijngebied van Lanzarote, la Geria. De manier van druiven kweken is wat speciaal. In ondiepe kommen in de grond staat telkens een struik, met een muurtje eromheen om het stof en de hete wind van de struik weg te houden en ook de weinige regen die er valt zo veel mogelijk op te vangen. De rijen die men in Frankrijk of Duitsland ziet, zijn dus niet besteed aan het eiland, maar de grote oppervlakte putjes in de grond maakte dit een mooi spektakel. We namen ons voor de komende avonden de lokale industrie wat te ondersteunen en de zachte smaak van de lichte witte wijn te proeven.
We besloten die avond uit eten te gaan in Costa Teguise. Een uitstekende plek is het gezellige Pueblo Marinero. Op vrijdagavond is er steeds een kleine markt op het plein, en dat benadrukte het zuiderse karakter nog meer; volle terrasjes, muziek, en kraampjes. Daartussen de geur van heerlijke schotels en zelfverklaarde kunstenaars en muzikanten. De kraampjes zelf probeerden eerder waardeloze prullen aan de man (of eerder, toerist) te brengen, maar zoals al gezegd, het was eerder de sfeer dan het functionele van de markt die het hem deed.

Op zaterdag gingen we het noorden verkennen. We vertrokken in de richting van Haria, een wat groter dorp. Daarvoor moesten we een heel stuk omhoog, en boven waaide het heel erg hard. Haria zelf lag in een kom, beschut tegen de wind, en van boven had je een prachtig zicht op het dorp. Het dal heet het Dal met drieduizend palmen. Dat is misschien een beetje overdreven, maar het zien van dit dorp, met zijn witte huizen waar overal wel ergens palmbomen, groot of klein, naar boven staken, als een oase in de woestijn, was als een stad uit het Aladdin-sprookje. Heel toevallig troffen we er ook een kleine markt aan. Het centrum van Haria is waarschijnlijk wel het meest gezellig aandoende plein van heel Lanzarote. De kerk staat aan de ene kant, en recht voor de kerk, ligt een klein pleintje, met aan weerszijden enkele kleine winkeltjes of bars, en in het midden prachtige grote schaduwrijke bomen. En net daar stonden dus ook enkele kraampjes met allerlei goederen. Van schilderijen tot kleren tot zelfs verse vis werd er verkocht. En uiteraard, om het af te werken, zaten aan het eind van het plein, op een muurtje, enkele oude Lanzaroteños te discussiëren met elkaar.
We verlieten Haria met leuke herinneringen en klommen toen het dal weer uit, terug omhoog, naar een heel hoog uitkijkpunt op het eiland, Mirador Del Rio. We reden helemaal bovenop de richel van de uitloper van een oude vulkaan, waar het vreselijk hard waaide, maar waar het uitzicht onbeschrijfelijk mooi is. Ik zal toch een poging doen. We zagen de kleine eilanden La Graciosa en Montaña de Clara voor de kust liggen, zagen het blauw van de zee in miljoenen tinten overgaan van diepblauw tot licht azuurblauw, met de schittering van de zon in miljarden waterdruppels weerkaatst. We zagen de kust van Lanzarote naar het westen uitstrekken, met Famara en helemaal op het einde La Santa, dorpjes die leefden van de surfsport. We zagen de oude vulkaanmond van La Corona, een enorme vulkaan, wat meer in het binnenland, als een oude heerser maar nog steeds dominant. We zagen de grillige rand van de richel waarop we reden en stonden, die zich helemaal uit de zee verhief, recht omhoog tot een hoogte van wel 400 meter, en waren compleet gelukkig. Dit was waarlijk een paradijs, zeker als men weet dat er niemand in de buurt was te bespeuren. De weg was een secundaire weg, heel smal, met kleine typische muurtjes om de weg af te bakenen. Het was er hard aan het waaien, maar het was het uitzicht - de beschrijving hier net voor is slecht een afkooksel van het gevoel dat we daar hadden - dat ons kippenvel bezorgde.
Helemaal op het einde van de richel is Mirador Del Rio. Dat is nu een restaurant met viewdeck, ook weer ontworpen door Manrique. Helaas werden daar enkele bussen vakantiegangers afgedropt of zich - tegen betaling - te vergapen aan hetzelfde uitzicht als wij zo net daarvoor gehad hadden.
We reden dan vanuit de hoge top terug naar de zee, naar het dorpje Orzola. Daar wandelden we langsheen de rotskust tot we het magnifieke strand bereikten. Dan haasten we ons terug om de auto te halen en genoten van het prachtige weer daar op dat strand, tussen duidelijk enkel locals, waartegen we bijzonder wit afstaken. De golven waren hier wat groter, en als kleine kinderen besloten we ons te verkoelen door te gaan plonsen en spelen in de golven. Na de obligate slokken zeewater, lieten we ons drogen op het strand, dat trouwens steeds kleiner werd door het opkomende tij, en zetten dan koers verder langs de kust, terug naar Costa Teguise. We vonden even verder een prachtige lagune, met een zanderige bodem. Daar konden we niet aan weerstaan en even later hadden we ons geïnstalleerd voor nog wat zonnekloppen op het strand. We hadden ook het snorkelgerief meegenomen deze keer, en samen zagen we de prachtigste vissen, in verschillende kleuren en vormen, in scholen en alleen, maar steeds trokken de wezens zich niet veel aan van onze aanwezigheid. De vissen zijn niet zo schilderachtig mooi gekleurd of zo abundant aanwezig als in koraalriffen, maar toch was het een bonte mengeling van allerlei tinten groen, paars, geel en rood.
Toen ook daar het tij te hoog begon te komen, gingen we verder langs de kust. We kwamen aan bij een indrukwekkend staaltje natuurlijke bouwkunst. In Cueva De Los Verdes kan men een natuurlijke grot bezoeken die wel zeven kilometer lang is en in verbinding staat met de zee. Slechts een tweetal kilometer is toegankelijk voor het publiek. Het is een grot, of dus eerder een gang, die door lava gevormd is bij een oude uitbarsting. De bovenste laag is gestold, terwijl het binnenste inzakte of verder stroomde en zo dus de grot vormde. Daar tegenover ligt Jameos Del Aqua. Dit is het einde van diezelfde grot. Een oude oprisping van de zeebodem bracht hele kleine kreeftjes tot in de grot. Deze zijn volledig wit en blind. Normaal leven deze enkel op grote diepte, maar hier dus ook aan de oppervlakte. Manrique heeft er een prachtige tuin met zwembad laten aanleggen, die te bezoeken is. Aangezien het al laat op de middag was, besloten we de grotten voor een andere dag te houden, en reden we door.
We kwamen dan nog langs een hele mooie cactustuin, ook al aangelegd door Manrique. Deze gingen we wel bezoeken. De tuin is gebouwd in een volmaakte kom, opgebouwd uit telkens diepere, smallere cirkels. Tegenover de ingang staat een molen, en op elke cirkel staan dus talloze cactusplanten. Van de hele hoge, tot de dikke ronde cactussen waren present. Een hele mooie tuin, met mooie zichten op de omgeving en heel rustig.
Daarna was het echt wel tijd om iets te eten, zelfs naar de Spaanse normen, en dat gingen we dan ook doen. Net als de eerste dag kookten we zelf, en genoten we opnieuw van ons terras en de tot dan toe enorm deugddoende vakantie.

Op zondag was het marktdag in Teguise zelf. Dit is de oude hoofdstad, zo ongeveer in het midden van Lanzarote. Best een grote stad, en zowat de helft van het eiland, toeristen inclusief, komt op zondag naar de markt. Elke publieke parkeerplaats is dan een betalende geworden in het anders wat slaperige stadje, maar wij vonden gelukkig in een straatje wat verderop een rustig plekje voor ons auto. Daarna begeefden we onszelf ook in het marktgewoel. Vergeleken met de vorige markten was deze duidelijk van een ander kaliber. Straat na straat stond gevuld met kramen, en er werd echt van alles verkocht: kleren, riemen, kunst in al zijn vormen, rommel, eten, noem maar op. Onder de kerktoren was een pleintje waar een hele groep in authentieke klederdracht stond muziek te maken. Hele mooie muziek trouwens. Het fonteintje vlakbij bracht ons helemaal in de sfeer. We kuierden rondom de markt, verloren enkele keren de weg, maar kwamen steeds weer terecht. Achter de kerk is een zeer groot plein, waar uiteraard ook vele tentjes stonden. We vonden er ook vele pluchen drommedarissen. Niet dat zo'n beest nu typisch is voor het eiland, maar in het Nationale Park kan men een ritje maken op dit dier, om het woestijn-effect extra te dramatiseren. Wij hielden het bij een pluchen versie. Vanop dat plein heeft men ook een prachtig zicht op het grote fort dat bovenop een hoge heuvel, boven de stad uittorent. Het is echt een stadje dat aandoet alsof de koloniale Spanjaarden nog maar net op veroveringstocht naar Amerika vertrokken zijn. We verliezen de tijd uit het oog - voor zover we die al enigszins in het oog hielden - en vertrekken pas uren later uit de stad. We gaan deze keer naar het westen, naar Famara. Dit is eigenlijk voor niets bekend, maar heeft een van de beste surfstranden van het eiland. Helaas voor ons staat de wind totaal verkeerd, en zijn er in de verste verte geen golven van formaat te bespeuren. Wel enkele zwemmers, maar daar hebben we nog geen zin in. Alhoewel de temperatuur ons wel doet stomen: 39° bereiken we!
We besluiten voor de middag toch maar ondergronds verkoeling te gaan zoeken en bezoeken de Cueva De Los Verdes. Het is een hele mooie tocht daar beneden, de gedempte sfeer en het duister (met minimale belichting vinden we toch de weg) creëert een feëriek effect. Onze groep is eigenlijk te groot en daardoor horen we nooit onze gids, maar dat is niet erg, want van haar Engels verstaan we geen jota. We genieten in elk geval van deze bijzondere natuurkracht die deze grotten samengesteld heeft. Er is ook een heus auditorium ingericht in de grot, en elke maand is er wel een concert in de ruimte met bijzonder goede akoestiek. Op het einde van de tocht komen we aan bij wat een enorme afgrond in de grond lijkt te zijn. Volgens onze gids moeten we bijzonder voorzichtig zijn voor het instortingsgevaar. Heel voorzichtig naderen we de scheur in de grond. Een jongen uit het publiek mag om te bewijzen dat het wel heel erg diep is, een steen in de diepte gooien. Verbazing alom en gelach als blijkt dat de steen een meter verder de spiegel van een perfect gladde waterplas doorbreekt. De diepte was enkel een ongeloofelijk echte weerspiegeling van de grot boven ons. Een plas water van slechts 20 centimeter diep had de hele groep beducht gemaakt voor een afgrond. Na een tweetal minuutjes is de waterspiegel hersteld in zijn doodstille wake en kan de volgende groep beetgenomen worden. Het is uiteraard voor geen meter afgekoeld eens we buitenkomen, we gaan dan maar zelf de verfrissing opzoeken. Het uitverkozen strandje deze keer is in het gehucht met de grappige naam Los Cocoteros. Alweer komen we tussen enkel de lokale bevolking te zitten, op een leuk houten platform op de ruwe rotsen. We plonsen het water in, en zetten ook hier de snorkel weer op. We zien wat dezelfde vissen, maar meer deze keer. Het water wordt echter een beetje ruw om goed te kunnen snorkelen zonder ergens tegenaan gegooid te worden, en we laten ons dan maar drogen op het ponton.
's Avonds is het zo'n mooi weer dat we naar de zonsondergang gaan kijken, op dat magisch stukje Lanzarote aan de noord-westelijke kust. We vinden aan Guinate een hele mooie uitkijkplaats. Door het vele stof en waterdamp in de lucht zien we de zon de horizon niet raken, maar het zicht op de omgeving, met de kleine eilanden en de mystieke schemer van de ondergang, maakt het een heel romantisch moment. In het donker keren we terug, en stoppen nog even bij een oud klooster. Laat op de avond halen we dan maar pizza om onze grommelende magen te stillen.

Onze laatste volledige dag beginnen we zoals steeds met een stralend blauwe hemel, een aangename 20 graden en een zon zoals we die in België nauwelijks in een heel jaar zien. Deze dag gaan we het zuidwesten eens verkennen. Een eerste stop deden we in La Santa, een sport-heiligdom voor atleten die trainen voor een triathlon of het gewoon leuk vinden in hete temperaturen heuvels te gaan oprijden of lopen. Gelukkig waren er ook surfers aan het werk.
Het zuidwesten is voor een heel groot deel ingenomen door het Nationale Park Timanfaya. Dit park bestaat uit het oude lavaveld van een enorme uitbarsting in de 18de eeuw. 13 vulkanen barstten toen op hetzelfde moment uit en bedekten een groot stuk van het eiland met magma. De restanten daarvan zijn vandaag te bezichtigen. Daarvoor moet je wel een uur aanschuiven en mag je daarna op een bus gaan zitten die je overal rondrijdt, maar waar je nergens mag uitstappen. Dat was duidelijk niet aan ons besteed, dus reden we maar door. Even verder kwamen we dan de drommedaris-tochten tegen. Heel zielig lagen de dieren kop aan staart en zelfs gemuilkorfd te wachten tot een toerist op het stoeltje kwam zitten. Daarna moest het beest dan een ritje gaan maken ergens door het lavaveld en terugkeren. Een hele dag lang. We vonden enkele bijzonder grappige exemplaren, maar het hele zootje had iets heel afstotelijks.
De rest van de dag besloten we nog te spenderen aan de onderwaterwereld van dit eiland. Niet zo ver van ons hotel vonden we ook een leuke plek om te snorkelen, en daar zag Klaar een inktvis. We zagen ook grote scholen kleurrijke visjes die het heel leuk vonden met je mee te zwemmen als je er onderdoor dook. Ook zagen we enkele initiatie-duikers. Dat hadden we zelf ook willen doen, maar de voorbije dagen in de airco zitten van de auto had ons beiden een verkoudheid opgeleverd, waarmee duiken dus uitgesloten was. Een laatste namiddag was het dan nog super genieten van de zalige temperatuur en het relaxen op het strand. 's Avonds vonden we dan eindelijk een tapas-bar waar we ongeloofelijk lekker gegeten hebben.

En zo eindigde dan een welverdiende, prachtige vakantie. Helemaal uitgerust, mooi gebruind en met volledig opgeladen batterijen keerden we terug huiswaarts.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten