zaterdag 3 juli 2010

03/07/10 - Snaefellsnes schiereiland

Opgestaan en al meteen gezien dat de wolken dreigend boven onze camping hingen. Dus maar snel onze biezen gepakt. We hadden goeie hoop want in de verte, aan den einder, zagen we toch een streepje blauwe lucht. We volgden de kust langsheen het smalle schiereiland.

In Hellisandur stopten we even aan het visserijmuseum. Dat was op dat uur nog gesloten, maar even langsheen de gerestaureerde authentieke huisjes wandelen was ook al de moeite waard. In de verte zagen we reeds de curieuze 412 meter hoge zendmast staan. Daar passeerden we langs en namen even verder de afslag naar een klein zandstrandje. Daar had tientallen jaren een jochie een heus vikinggraf ontdekt. Veel was er uiteraard niet meer aan te zien, maar het was wel nog een mooi strand. Jammer dat het geen zomers strandweer was. We hadden dan de uiterste rand van het schiereiland bereikt en begonnen dus terug te keren aan de zuidelijke kant van de landtong. Eerst kwamen we langsheen een grot, waar je op zo'n drie tot vier diep het ijs nog zag liggen. Het was een lange vulkanische grot die nog vol ijs lag. Je kon deze bezoeken, maar jammer genoeg enkel in de namiddag.
We kwamen verder aan de krater van een vulkaan die HolaHolar genoemd werd. Kraters vind je nu wel meer op Ijsland, maar deze was speciaal omdat je er je auto in kon parkeren. Da's wel speciaal zo in een relatief kleine krater staan, met al die hoge randen om je heen, en beseffen dat je eigenlijk in een vulkaanmond staat.

Langsheen de kust zagen we dan tegen de horizon twee grote pieken uitsteken. Volgens onze reisgids moesten die dingen uit de zee steken, maar toen wij dichterbij kwamen, zagen we dat ze eigenlijk nog verbonden waren met het land. Het waren de restanten van een vulkaan (of wat had je gedacht) waarvan al de rest afgebrokkeld was. Wat restte waren dus twee tot 50 meter hoge pieken die een dankbare rust- en nestplaats bood voor vele zeevogels.

En dan kwamen we aan een van de kleinste maar misschien wel bezigste plekjes die we in Ijsland tegengekomen waren. We stopten in Hellnar, waar het kleine kerkje prachtig afstak tegen de grote Snaefellsness-gletsjer op de achtergrond. Helaas kwamen wolken alweer roet in het eten (of in dit geval mijn foto) gooien. We vertrokken vanuit Hellnar langsheen de kust naar Arnarstapi, waar we zeer mooie en grillige natuurvormen zagen zoals Gattklettur, een natuurlijke brug in de zee. Er waren ook gaten geslagen door de zee in de brossen onderlaag, waardoor men nu natuurlijke gaten kreeg in de grond, verbonden met de zee en dus perfect schuilplaatsen voor meeuwen en andere vogels. We gingen langs dezelfde weg terug en vonden in Hellnar een klein hutje waar ze cake verkochten. We vonden dat we dat na die lange wandeling wel verdiend hadden en lieten het ons dubbel en dik smaken.

Het was dan al een stukje in de namiddag, dus reden we maar door. We passeerden de prachtige krater van Eldborg en stopten even in Borgarness om nog wat inkopen te doen. Daar hadden we het Snaefellsness peninsula verlaten en reden we terug wat het binnenland in. We reden richting Hraunfoss, maar we reden ook jammer genoeg recht een vreselijke regenzone in. In Husafell de tent rechtzetten was geen optie, dus reden we een tiental kilometers terug naar Reykholt, waar we een kleine camping vonden en daar snel onze tent op poten zetten. Koken moest vlug gebeuren. Een probleem met Ijslandse supermarkten is dat heel veel van wat je er kan kopen totaal onleesbaar is. Dus ga je op de prentjes af. En dat was ons nu een beetje tegengevallen. We hadden iets of wat van cordon blue gekocht, maar het bleken eigenlijk vegetarische burgers te zijn. Wat vreselijk slecht smaakt. Gelukkig hadden we nog puree en groentjes om die handel naar binnen te spelen. Aangezien het ondertussen ook bij ons was beginnen regenen, zaten we nog even in de auto, en kropen we daarna in onze tent, voor nog een nacht bedenkelijk kijken of de tent het zou houden.

Rit: Grundarfjördur naar Reykholt

Geen opmerkingen:

Een reactie posten