donderdag 1 juli 2010

01/07/10 - Een rustig dagje met niet zo rustig weer

We werden de volgende dag niet wakker met een zon, maar met een hele zware bewolkte hemel. Zoals voorspeld dus... We zagen de bui letterlijk al hangen en braken dus snel onze tent op en vertrokken in zuidelijke richting. Vanuit Isafjördur loopt een 8 km lange tunnel naar het zuiden omdat de stad anders 4 maand op een jaar volledig afgesloten is voor de buitenwereld. Omdat er toch nooit niet veel verkeer is, is het slechts een éénvaksbaan-tunnel, met op geregelde plaatsen een uitwijkbaai voor tegenliggers te laten passeren.
Al snel kregen we de beloofde regen en wind op ons dak te verduren. Er is iets heel bijzonders aan die wind op die plek. Als mens, je mag nog in een auto zitten, voel je je bij elke windstoot kleiner en kleiner worden. De fjorden alleen al maken je vrijwel onzichtbaar in verhouding, en het dreigende weer versterkte dat effect nog tientallen keren. De ommezijde van de medaille echter, is dat deze voorstelling van de natuur in al haar woede, op een manier prachtig is om te zien. We reden passen die voor de modale Ijslander een gewone (snel)weg is, maar voor de toerist die zo'n immense natuurspektakels niet gewoon is, heel sterk op het gemoed werken. Afgezien van het feit dat met het slechte weer, de wegen er soms bedenkelijk bijlagen - aangezien ze smal waren, van gravel waren, nat en winderig waren en bovendien hellingspercentages van wel 18 procent hadden - konden we echt genieten van de toestanden om ons heen.

We kwamen langsheen Flateyri, dat in het verleden zwaar beschadigd geraakt was door een grondverschuiving van het fjord waaraan het lag. Als reactie daarop hadden de dorpsbewoners een stevige dijk gebouwd tegen de berghelling, om toekomstige verschuivingen en de daaraan verbonden verwoestingen een stapje voor te zijn en de schade te kunnen beperken.

Nog een stuk zuidelijker kwamen we langsheen één van de prachtigste watervallen in Ijsland, naar mijn persoonlijke mening. De Dynjandi waterval kan je al van heel ver herkennen, als je er van het noorden naartoe rijdt. Als een brede driehoek zie je de grote waterval op de grond staan, met de punt bovenaan. Hoe dichter we kwamen, hoe groter en grilliger de driehoek werd, tot we er vlakbij waren, en de waterval in volle glorie konden aanschouwen. Het is echt een meesterlijke waterval, heel majestueus. Als de heer en meester van de omgeving spreidt hij zijn mantel uit. De aanwezigheid van de waterval is op die plek bijna wezenlijk, je voelt gewoon de invloed die Dynjandi heeft daar. Zoals een vuurtoren een duidelijk herkenningspunt is voor de schepen in de storm, zo leek ook de waterval een heel veilig en beschermend gevoel te geven. Je voelde je maar een druppel groot naast de sluier die als sneeuw naar beneden dwarrelde, en het geklater kon je doof maken. De kou zou je binnen de kortste keren uittellen, en de kracht zou het leven niet sparen, maar toch gaf de waterval een groot vertrouwen. Er gaat bijna een mystieke kracht van uit, zou je kunnen zeggen.

Na een hele tijd stil en vol ontzag naast de indrukwekkende waterval gewandeld en gestaan te hebben, reden we dan door naar onze camping. Het begon opnieuw te regenen, en waaien, heel hard waaien. We plaatsen onszelf een beetje uit de wind, maar spanden de stormlijnen toch maar extra hard op. Gelukkig hadden we ook hier weer een zaaltje met keuken om in te koken, want buiten zou dit niet echt mogelijk geweest zijn. Aangezien het totaal geen weer meer was om buiten te komen of zelfs maar in de tent te gaan liggen, bleven we in het zaaltje maar Uno spelen. Waarbij ik alweer standaard verloor...

Rit : Tungudalur naar Talknafjördur

Geen opmerkingen:

Een reactie posten