vrijdag 1 juli 2011

01/07/11 - Bohinj, het Zwarte Meer



Wat een mooie dag beloofde het te worden vandaag! Een blauwe hemel met enkele ronddrijvende schaapjes beloofden in elk geval enkel goed nieuws. Deze keer hadden we ons lesje wel geleerd en parkeerden we de auto vlak bij het begin - en geplande einde - van de wandeling. Onze parking lag ergens achter het dorp Ukanc, aan de andere kant van het meer van Bohinj. Vandaar zouden we eerst richting de mooie waterval van de Savica gaan wandelen. Dat bleek nog wel een eindje wandelen, en - wat ondertussen al een traditie was geworden - misten we opnieuw enkele aanduidingen en liepen dientengevolge hopeloos verloren. Op goed geluk probeerden we maar wat rechtdoor, recht op doel, te lopen. We kwamen inderdaad wel aan de waterval uit. Dat is te zeggen, we kwamen aan het loketje waar je toegang tot de laatste 150 meter voor de waterval kon kopen. Met onze visitor-pas kregen we wel korting, maar helaas, driewerf helaas, lag die in de auto, waar we dus meer dan een uur daarvoor vertrokken waren. Met dank aan de duidelijke informatie omtrent de visitor-pas...




Dan maar op weg naar het hoogtepunt van onze wandeling, het Crno Jezero of het Zwarte Meer. Waarom dat nu net het zwarte meer genoemd moest worden, is mij niet duidelijk, maar misschien is het omdat het meestal in de schaduw ligt, omdat het echt ingedaald is in het karstgesteente van de beginnende Alpen. Aan de voet van de waterval zit je op 600m boven zeespiegel. In vogelvlucht ligt het meer amper 2 kilometer van de waterval, maar de route die wij moesten volgen, gaat bijna loodrecht omhoog tot een hoogte van wel 1800 meter, alvorens aan het meer uit te komen. Al niet zo ver van de waterval begon het oneindige klimmen al. In zigzag-weggetjes, zelden beschermd tegen een peilloze diepte, zochten we onze weg naar boven. Enkele tientallen meters hoger konden we een kleine afslag volgen om naar diezelfde Savica-waterval te gaan kijken, maar konden hem niet zo goed zien, omdat deze woeste rivier het karstgesteente zo snel wegschuurt dat de stroom reeds enkele meters onder de rest van het gesteente ligt. Voor de rest is het wel een zeer spectaculaire waterval. Het water komt immers uit het Zwarte Meer, dat oop zijn beurt gevoed wordt door hogerliggende meren en gletsjers in de Alpen. Volgens de lokale informatieborden bestaat de kans zelfs, als het extreem veel regent (dus nóg meer als wij reeds hadden) al dat water niet snel genoeg in de grond en de kleine uitgeschuurde kanaaltjes in het karstgesteente kan sijpelen en het Crno Jezero letterlijk overloopt. Het gevolg is dan een waterval van wel 600 meter hoog!

We kronkelden verder de hellingen op en kregen een steeds weider zicht op de brede vallei onder ons, met centraal het meer van Bohinj. De klim bleef maar duren en duren en het werd ook steeds warmer. Voorlopig kregen we enkel zon op ons bord, en dat was wel leuk, want het maakte alles nog veel prachtiger. Na talloze bochtjes en klauterpartijen bereikten we dan eindelijk de hoge rim, en vandaar moesten we blijkbaar zelf onze weg nog zoeken naar het meer, want echt duidelijk was het daar niet meer aangeduid. We slaagden er uiteindelijk wel in het water te vinden, maar vonden dit onder aangroeiende regenwolken. Niets aan te doen, maar we moesten in elk geval eerst een stukje eten. Helaas voor ons zat er niets meer in om verder de Alpen in te trekken, daarvoor waren we te laat vertrokken, en was het weer veel te slecht. Om te vermijden dat we helemaal richting Stara Fuzina (aan de andere kant van het meer) moesten wandelen, besloten we door te steken naar een hut langs de westelijke kant, en vandaar de weg terug te zoeken naar de Savica-waterval en onze auto. Na een poosje gerust te hebben was het dalletje praktisch volgelopen met regenwolken, dus kraamden we maar snel op en vertrokken langs een mooie wandeling omheen het meer, terug omhoog om over dezelfde rim te raken.
Langs de andere kant was een treffelijke weg aangelegd vanaan de hut tot helemaal beneden. Maar het gevolg was dat dit een beetje een saaie weg was, die in ontelbare zigzag-bochten naar beneden liep. We telden er zelf 50, maar het konden er evengoed het dubbel geweest zijn. Het begon ook alweer te regenen, en tegen dat we eindelijk beneden waren, waren onze benen behoorlijk afgepeigerd. Het was ondertussen gelukkig opnieuw gestopt met regenen, en dus besloten we nog even te stoppen in het lieflijke dorpje Ribcec Laz, op weg naar onze camping. In dat dorpje kan je een ijsje eten, veel watersport-materiaal huren en genieten van een fantastisch zicht over het meer en het kerkje met brug.

We reden dan wat later terug naar de camping om eten te gaan inkopen. Dat lukte nog net voor een helse stormbui ons overviel. Helaas hadden we daar weer niet over nagedacht, en zaten we even later met ons diepvries-eten te wachten tot het stopte met hosen. Dat bleek niet zo voor meteen te zijn, dus bedachten we maar een nood-kampement om toch te kunnen koken. We gebruikten daarvoor de rugzak-hoezen om over de tafel te spannen, die duidelijk niet bestand was tegen onderdompeling. Vervolgens doken we zelf de tent in en bonden we de luifel van de tent aan de bedekte tafel. Daarbij hadden we nog nood aan de paraplu om binnenvliegende regen tegen te houden en een bakje om water dat van de luifel stroomde, op te vangen. Onder de tafel schoven we dan het kookstelletje waarop we dan onze maaltijd konden bereiden. Klaar moest wel in de tent gaan liggen, want in de voortent was maar plek voor één persoon, die dan tegelijk kok en voerder mocht spelen. Wonderwel lukte het nog een maaltijd te bereiden die niet verzopen werd, en nog een groter wonder was dat het enkele uren later stopte met regenen, zodat we alles nog konden afwassen en opbergen voor we onze lampjes uitdraaiden voor een welverdiende nachtrust.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten