donderdag 30 juni 2011

30/06/11 - Bohinj

Onder een prachtige zon werden we de eerste keer op Sloveense bodem wakker. Het was een aangename nacht geweest, een beetje warm, maar zeer draaglijk. We besloten vandaag een mooie wandeling te gaan maken, daarvoor waren we uiteindelijk naar het Triglav Nationaal Park gekomen. De weergoden waren ons bijna traditiegetrouw niet zo gunstig gezind, aangezien de voorspellingen voor later op de dag en zelfs voor de week niet zo zonnig waren. We waren in elk geval een stormachtige relatie aan het opbouwen met het nukkige klimaat. Met goed moed, een rugzak vol proviand en er bovenop de regenjassen, vertrokken we met als doel de Slap Mostnica, de waterval van de rivier de Mostnica. We hadden een goede wandelkaart bij ons, en trokken via de brug in Bohinjska Bistrica de Savica over, alweer een kristalheldere rivier, die van het meer van Bohinj naar het meer van Bled voert. Vandaar trokken we meteen een karrepad op dat stevig omhoog ging. Hoe verder we omhoog kwamen, hoe minder merktekens er waren (handelsmerk van de Sloveense toeristische dienst) en des te meer wolken er te spotten vielen. En niet zozeer witte onschuldige schapenwolkjes, neen, afgrijselijke, dikke, donkergrijze wolken, volgezogen met regen. Ik zou zweren dat je een geniepige grijns ergens in de wolken kon bespeuren, zo traag maar zeker naderend boven ons.
We hadden onze wandeling uitgestippeld van Bohinj naar Stara Fuzina over een grote heuvel met als top de Rudnica, om van daar langsheen de rivier de Mostnica stroomopwaarts te wandelen. Het begin was dus heel herkenbaar, maar eens we de heuvel aan het beklimmen waren, begonnen de merktekens verstoppertje te spelen, en moesten we meermaals op onze stappen terugkeren om de tekens of een soort herkenbaar pad te vinden. Op een bepaald moment wees een spiksplinternieuw bord ons de weg naar de Rudnica, maar dat pad volgend kwamen we slechts op een grote aardverschuiving uit. Een verstorven, met vrije hand gekladderd bordje was het alternatief, en zelfs daar was niet echt een pad te herkennen. We volgden dus eerder een hersenspinsel dan een pad, en onze fantasie gaf ons meer leiding dat de wandelkaart. Toch geraakten we uiteindelijk op de top van de heuvel. We hadden een paar mooie uitzichten op de twee valleien - de ene met Bohinjske Bistrica en de andere met Stara Fuzina - die beiden samenkwamen aan het meer van Bohinj. We zagen de verschillende kerktorens die ons 's morgens met hun gebeier de tent uit jaagden, en achter het meer de bergketens van het Triglav Nationaal Park en helaas ook de grijze regenmassa boven ons hoofd. Net voorbij de heuveltop zagen we de opbouw van nieuwe hutjes, en besloten eerst een stukje te eten aan een gezellige pikniki-tafel. Net toen we de weg naar het meer en Stara Fuzina hadden genomen, voelden we de eerste druppels op ons uiteenspatten. We haastten ons terug naar een hutje, waar we een schuilplek vonden. Vermoedelijk een hut die op een ander tijdstip wel open was voor toeristen, zo leek het wel. Nu echter gesloten, maar gelukkig met een tafeltje buiten dat onder een goed afdak stond. Het viel echt met bakken uit de lucht, we zagen op sommige momenten de boomgrens niet meer en na een tijdje begon zich een klein stroompje te vormen op de plek waar de rand van het afdak eindigde en het water zich verzamelde. Gelukkig duurde de bui niet heel erg lang, en na een goeie twintig minuten konden we onze tocht verderzetten, vanaf dan doorheen een nat bos, met de nodige slippartijen tot gevolg, gelukkig zonder erg.
We kwamen beneden aan in Stara Fuzina, en voor de rivier te gaan volgen, gingen we nu eerst echt lunchen. Het wolkendek was een beetje opengetrokken, en daar profiteerden we van door aan de rivier te gaan genieten van het zonnetje, wat brood met beleg en een stukje fruit. Daarna vertrokken we onder een voorzichtig zonnetje op weg naar de waterval.
De Mostnica is een rivier in een karstbedding, net zoals vele rivieren in Slovenie. Dat geeft een herkenbaar geografisch kenmerk: de rivieren hebben langs hun loop wel ergens een diepe kloof uitgesleten. De zon was er ondertussen weer doorgekomen, en maakte van de kloof een prachtig, soms obscuur stukje natuurpracht. We volgden de rivier stroomopwaarts en zagen alle mogelijke tinten blauw en groen weerspiegelen in het water. Steeds weer werden we op onze tocht geconfronteerd met het bijzonder heldere water in de rivieren in Slovenië, en het is onmogelijk dit niet oneindig mooi te vinden.
Op een bepaald moment kwamen we aan een stuk waar de kloof minder diep was en er duidelijk een flink stuk ingestort was, zodat je dicht bij de rivier zelf kon komen via de grote witte steenbrokken. We waren er getuige van een de wonderen van de natuurlijke architectuur: het bruisende en kolkende water had in de loop van eeuwen de rotsen hele patronen uitgesleten, en op die manier een, hoewel grillig, toch fantastisch schouwspel achtergelaten. De vreemdste kronkels leken als zo bedoeld aaneen geschakeld in een lange keten van versnellingen, kleine watervalletjes en diepe poelen. Eén bepaald stuk was heel herkenbaar en werd door ons meteen herkend als een olifant in het water. Vermoedelijk werd het ook zo wel genoemd in het Sloveens, maar zo ver reikt onze woordenschat niet, dus dat kunnen we niet bevestigen. We vonden er ook enkele poelen die bijna overliepen van de kikkervisjes. We genoten hier een tijdje van de omgeving, het ruisende water en de schoonheid van deze natuurpracht.

Verderop werd de kloof weer nauwer en veel dieper, wat meer obscure, scherpere en ruwere vormen in de rotsen achterliet, maar steeds weer dat heldere water als constante erdoor. We werden stilaan wel wat moe, want we hadden al ettelijke kilometers gelopen tegen dan. Maar gelukkig waren we niet zo heel erg ver meer van de waterval. We kwamen nog op een hoog plateau dat gebruikt werd door de boeren, want er stonden enkele hutten om hooi in op te slaan, en zelfs enkele woonhuisjes, die misschien wel als vakantiehuisje konden figureren. In elk geval stonden ze op dat moment leeg en waren ze gesloten. Recht voor ons zagen we het einde van het dal, gekenmerkt door de verticale wanden van de eerste hoge bergen van de Julische Alpen. Daar lag het eind van onze waterval (aangezien we zowiezo de flanken niet op konden kruipen) Vanaf de weiden was het nog eens een dik kwartier wandelen volgens een wegwijzer (die naar Sloveense gewoonte volkomen onbetrouwbaar bleek) en een half uur later stonden we naar een hele mooie waterval te kijken. Een sprankelende sluier van helder water klaterde naar beneden over zo'n twintig meter en vulde zo een lief meertje aan de voet, vanwaar de rivier dan vertrok die we de hele weg gevolgd hadden. Heel speciaal was de waterval niet, maar het was een plaatje meer dan waard en we hadden er een hele mooie wandeling opzitten. Na genoten en gerust te hebben, keerden we onze kar en wandelden we terug naar de weiden, vanwaar we helaas dikke regenwolken zagen hangen over de dalen, en daalden de weg terug af naar Stara Fuzina. Daar waren onze benen afgesleten tot boven onze knieën, dus hoopten we een bus te kunnen strikken die ons terug tot Bohinjska Bistrica - in het beste geval vlak voor de camping - kon brengen. Helaas bracht de timetable van de bus ons terug met onze pijnlijke voeten op de grond, want de laatste bus was rond 14.30 uur gepasseerd, zo exact ongeveer 2 uur voordat we op diezelfde plaats stonden te kijken. Terug over een onvindbare weg de Rudnica overdenderen zagen we niet zo goed zitten, dus bleef er maar één alternatief over : via het nieuwe geasfalteerde fietspad van Stara Fuzina naar Bohinjska Bistrica terugwandelen. Voordeel was dat het plat was en we de weg niet moesten zoeken, nadeel was dat dat vlakke harde asfalt een marteling was voor ons toch al heel pijnlijke voeten en benen. Klagen hielp ons niet vooruit, dus sjokten we maar voort langs dat fietspad, dat wel heel mooi lag, en waarop we toch ook nog goed konden genieten van de natuur. Uiteindelijk staken we in Brod de Savica over en volgden we gewoon de rijweg, wat korter was, en totaal uitgeput kwamen we uiteindelijk aan bij onze tent.
Daarmee was onze lijdensweg nog niet ten einde, want dan moesten we nog inkopen doen, dus mochten we opnieuw de hort op naar de supermarkt. Rijp voor de lappenmand kwamen we dan terug aan de tent, dan kookten we onze hap, nog afwassen, een snelle douche en dan maar snel de slaapzak in, moe, maar een hele mooie ervaring rijker!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten